Filtratie in de voedingsindustrie: water, lucht en stoom

Filtratie in de voedingsindustrie lijkt een technisch detail, tot je merkt dat er geen twee dezelfde filters én geen twee dezelfde toepassingen bestaan, en dat uitgerekend water de lastigste grondstof van allemaal is. Steven Dewulf van Indusfilter neemt je mee door water, perslucht, stoom en steriele lucht, langs de Europese regels rond contactmaterialen, de bisfenol A- en PFAS-ban, en de innovatie die vandaag vaker van nieuwkomers dan van de klassieke spelers komt.

Maart 2025 –  54 min – Seizoen 1, aflevering 5

Wie is Steven Dewulf van Indusfilter?

  • Steven Dewulf, zaakvoerder van Indusfilter, dat hij in 2018 oprichtte als totaalpakketleverancier die met de klant meedenkt over álle filternoden in een fabriek.
  • Hij dook zo’n twintig jaar geleden in de procesfiltratie, met biotech, fijnchemie en vooral food & beverage als werkterrein.
  • Indusfilter maakt intussen deel uit van de Profil Group (top 3 in luchtfilters in de Benelux), maar blijft een afzonderlijke entiteit gericht op kritische filtratietoepassingen.
  • Hij richtte het bedrijf op omdat hij het serviceniveau bij de grote, geconsolideerde spelers zag afkalven net toen de voedingsindustrie door strengere regelgeving méér ondersteuning nodig had.

Welke onderwerpen komen aan bod?

  • Procesfiltratie als empirisch vak: filterkeuze, testen op pilotschaal, dimensionering, drukval en het bepalen van wisselfrequenties, en wat je daarover aan een auditor vertelt.
  • Water, perslucht en stoom: variabiliteit van put- en leidingwater (deeltjespieken, microbiologie, defecte UV-lampen bij de watermaatschappij), ISO 8573-klassen zoals 1.4.1, en corrosie in verouderende RVS-netten.
  • Regelgeving en normen: Verordening 1935/2004 en 10/2011, de bisfenol A-ban voor PES-membranen, de PFAS/PTFE-ban, FDA versus Europa, ISO-cleanroomklassen tegenover de BRC-zones low care/high care/high risk, en hoeveel ruimte de producent zelf krijgt.
  • Over nanovezels en hybride filters, en enkele smakelijke anekdotes over verkeerd gebruik (de sigarettenrooktest).

En zoveel meer!

Waarom zou ik luisteren?

  • Filtratie is voor veel quality managers een blinde vlek: er zijn geen twee dezelfde filters én geen twee dezelfde applicaties, dus een catalogus of tabel brengt je er niet.
  • Je hoort concreet hoe systeemoptimalisatie geld oplevert: een besparing van honderdduizenden euro’s.
  • Je krijgt scherpe munitie voor auditdiscussies: waarom een FDA-attest in Europa niet volstaat, wanneer 1935/2004 en 10/2011 wél en niet van toepassing zijn, en hoe ver conformiteit echt moet gaan (tot aan de grondstof en het kwaliteitssysteem).
  • Plus twee waarschuwingen die blijven hangen: water is de meest variabele grondstof die je hebt, en de bisfenol A- en PFAS-ban dwingen de komende jaren filters uit je installatie waar de klassieke leveranciers nog nauwelijks een alternatief voor hebben.

Introductie

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Mijn gast van vandaag startte zijn carrière in de sales, en waarachtig: bij Philips. Niet iets wat je in deze podcast verwacht, maar geen nood – twintig jaar geleden dook hij in de wondere wereld van de procesfiltratie, in de biotech, de fijnchemie en uiteraard de food- en beverage-industrie.

In 2018 richtte hij Indusfilter op, een totaalpakketleverancier die meedenkt met de klant over alle filternoden in een fabriek. In die hoedanigheid ontmoette ik hem ook, bij een klant die toen IJslands water afvulde in consumentenverpakking. Ondertussen maakt Indusfilter deel uit van de Profil Group, een top 3-producent en -verdeler van luchtfilters in de Benelux, maar Indusfilter blijft een afzonderlijke, gespecialiseerde entiteit met focus op kritische filtratietoepassingen in de industrie, waaronder uiteraard voeding.

Een specialist ter zake dus, die door het kleinste gaatje gaat om de klant te helpen. Welkom, Steven Dewulf.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Dank je, Alexander.

Waarom Indusfilter?

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Steven, wat heeft je doen besluiten om met Indusfilter te starten?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Zoals ik al zei, ik werk eigenlijk al twintig jaar hoofdzakelijk naar de voedingsindustrie toe. Ik ben begonnen bij producenten van kritische procesfilters voor de voeding, maar ik heb die markt zodanig zien evolueren – zeker bij die grote spelers – dat er een grote consolidatie gekomen is. En dan zie je altijd dat men met minder volk meer werk gaat doen. Ik heb het serviceniveau alleen maar zien achteruitgaan, tot op het niveau dat sommigen zeiden: ach ja, voeding, dat stelt niets voor ten opzichte van farmacie, dat nemen we er wel even bij.

Terwijl de vraag en de nood vanuit de markt juist omgekeerd waren: door meer en meer reglementering en hogere kwaliteitseisen verwacht men net méér service. Er zat dus een gat tussen vraag en aanbod, en daar zijn wij met veel succes in gesprongen.

Farmacie versus voeding: wie stelt de strengste eisen?

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Hoor ik je dan zeggen dat de eisen in de farmacie misschien minder streng zijn dan in de voeding?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Nee, integendeel: daar heeft men nog veel strengere eisen. Maar die markt is gewoon pakweg tien of twintig keer zo groot als de voeding, en dan gaan grote bedrijven bij een rationalisatie al gauw zeggen: ja, die voeding… Op den duur kwamen we bij die grote spelers in situaties waarbij er nog iemand in Frankrijk zat die de voeding er maar even moest bijnemen. Dat is niet wat de markt verlangt. Een kwaliteitsverantwoordelijke van een voedingsbedrijf kan daar niet mee verder.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Wie zijn meestal je contacten in de bedrijven? Zijn dat quality managers, of eerder het hoofd van de technische dienst?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Vaak een combinatie van beide, soms ook de engineeringafdeling – dat is dan voor nieuwe installaties. Voor onderhoud of bestaande filters, want uiteindelijk moeten filters gewisseld worden, is dat vaak de onderhouds- of technische dienst. Maar finaal is het wel de kwaliteitsdienst die bepaalt wat er gebruikt wordt en waarom.

Hoeveel kennis heeft de klant over filtratie?

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Merk je aan de andere kant van de tafel voldoende kennis? Jij bent natuurlijk al meer dan twintig jaar specialist. Als ik naar mijn klanten kijk, krijg ik soms vragen van quality managers voor wie het aspect filtratie toch een ver-van-hun-bedshow is. Ervaar jij dat ook zo?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Ja, en ergens kan je het hen niet kwalijk nemen. Zeker als het over procesfiltratie gaat: als je in zo’n catalogus kijkt, zie je op de ene pagina een polypropyleenfilter met geplooid medium, op de volgende pagina ook, en op de volgende ook. Ze hebben allemaal dezelfde lengtes, dezelfde aansluitingen en dezelfde poriegroottes. En dan is de vraag: welke ga je gebruiken?

Dat is toch anders dan bijvoorbeeld een lager selecteren, of zelfs een persluchtfilter, waar je gewoon uit een tabel afleest wat je nodig hebt. Procesfiltratie is een stuk empirischer, en heel wat technische mensen worstelen daarmee. Het vergt een andere mindset en het is proefondervindelijk, want er zijn geen twee dezelfde filters op de markt, maar er zijn ook geen twee dezelfde applicaties.

En vaak geeft een applicatie op zich al variatie. Neem simpelweg water: dat is een van de moeilijkste dingen die er zijn, want het is altijd anders. Het kan zelfs variëren naargelang het seizoen.

Waarom water zo'n complexe grondstof is

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Vertel, ik word getriggerd. Water is toch niet het moeilijkste, meest complexe product?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Je moet gewoon heel goed kijken naar, ten eerste, wat de noden van de klant zijn. En ten tweede, als het over een bestaande situatie gaat: hoe zit het nu met dat water, zowel qua uitgaande kwaliteit als qua filterverbruik? Het is altijd die combinatie die we moeten maken: we willen een bepaalde voedselveilige kwaliteit bekomen tegen een zo interessant mogelijke kost.

En vaak valt daarin veel meer te winnen door het systeem te optimaliseren dan door bij de aankoop filters te zoeken die 3% minder kosten. Ik geef een simpel voorbeeld. Een van onze grootste klanten had sterielfiltratie nodig om leidingen te spoelen, en die systemen stonden op veel lijnen al jaren in gebruik.

Maar het verbruik van de eindfilter – een duur membraan – lag verdacht veel hoger dan dat van de voorfilter die hem moest beschermen. De eindkwaliteit was goed, maar tegen een behoorlijke kost. We hebben samen gekeken hoe we dat konden optimaliseren, en door de voorfiltratie te corrigeren hebben we het verbruik van die eindfilter kunnen halveren.

Finaal was de totale kost zo goed als gehalveerd. We spreken over honderdduizenden euro’s; dat was een gigantische besparing voor die klant.

Bijkomend voordeel – en dat is ook niet onbelangrijk, want het gaat vaak over geld en besparingen – is dat het voor de operatoren van belang is dat ze een wissel tijdig kunnen inplannen. Zeker als je met lijnen zit die continu draaien, en met filters die een korte levensduur hebben.

Als die blokkeren, gaat het lang rustig aan, maar eenmaal ze beginnen, gaat het plots snel. Die periode dat het rustig aan gaat, moet je dus lang genoeg kunnen houden.

Als je het stelselmatig opvolgt, kan je op je gemak je wissel inplannen voor het weekend. Als je pas ziet dat de druk nu stijgt, moet je vannacht of morgen wisselen, en dan moet je maar zien wanneer je die lijn even kan stilleggen.

Het gaat dus niet alleen over kost en kwaliteit, maar ook over het operationele en het gebruiksgemak. Al die zaken moet je in kaart proberen te brengen bij je klant. Ik zeg altijd: start with the end in mind.

Je moet altijd kijken waar die klant naartoe wil. Dan is het de kunst om je product te kennen. Dat is mijn voordeel: die twintig jaar ervaring.

Omdat het vrij empirisch is, weet ik meestal vrij snel welke richting we uit moeten. Zeker in procesfiltratie zeg ik altijd: let op met wie bij je komt en zegt “dit is het, en niets anders”.

Je kan dat vaak niet op voorhand weten. Als je goed luistert naar je klant, weet je wel welke richting het uitgaat. Maar dan moet je nog altijd zien of dat bevestigd wordt door de feiten, door de testen.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dan zou ik zeggen: advocaat van de duivel. Ik ben een potentiële klant van jou en ik kom uit een totaal andere industrie.

Dag één zeg ik: Steven, wat ik op het einde van de rit moet hebben, is een voedselveilige limonade. En wij gebruiken het water dat we hier verderop uit de putten trekken. Meer weet ik je ook niet te vertellen. Heb jij daar genoeg aan om aan de slag te gaan?

Steven Dewulf, Indusfilter:

In principe wel, maar we gaan daar natuurlijk een uitgebreid gesprek over hebben met die klant. Niet alleen om te snappen waar we naartoe moeten qua kwaliteit, en ten tweede wat ons beginpunt is en hoe we die kloof gaan dichten.

Maar ook, ten derde, opdat de klant zelf zou snappen wat er gebeurt en waarom we voorstellen wat we voorstellen. Het heeft geen zin dat alleen wij het weten; de klant moet ook begrijpen wat er gekozen is en waarom, zodat hij die oplossing maximaal efficiënt kan inzetten.

Het is geen monoloog, het is een partnership. Het is niet van: hier is de doos, en klaar.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Ik denk dat jullie dan een voorstel doen: dit type filters is voor ons het meest geschikt. Het is wat trial-and-error, en dan moet er nog op pilotschaal gedraaid worden om te kijken of het aan de verwachtingen voldoet?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Ja, er kunnen bijvoorbeeld op kleine schaal, op pilotschaal, testen gedaan worden. Of er kan een productielijn uitgekozen worden om de trial op te doen, om dan de data grondig te analyseren tegenover de vroegere situatie. En dan kunnen we geleidelijk aan optimaliseren.

Dat is altijd een proces van weken of maanden; soms duurt dat zelfs een jaar.

Preventief vervangen versus wachten tot het misgaat

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Hoe bepalen jullie dat dan vooraf? Want dat is ook een advies dat jullie geven: dit zal de frequentie zijn waarmee die filter vervangen moet worden. Op het moment dat je bij een nieuwe klant komt, op een nieuwe lijn, ken je die setting niet.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Klopt, heel vaak is dat zo. Je kan daar ook heel pragmatisch mee omgaan. Ik heb ook al situaties gehad waarin de klant zei: we gaan ons niet bezighouden met testen vooraf.

Stel maar iets voor, en dan optimaliseren we al doende. Dan vertrek je van een basisopstelling, bijvoorbeeld eindfilter, fijnvoorfilter, grofvoorfilter. En eenmaal we bezig zijn, zien we: die of die stap blokkeert opvallend vaker dan de andere. Daar gaan we dan in bijsturen.

Er zal er altijd één zijn die het meest blokkeert, maar we willen het liefst dat dat de goedkoopste is. Ook dat kunnen we puur al doende optimaliseren.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Wat ik daarin merk – en dat geldt niet alleen voor filters, maar voor installaties in het algemeen – is: men plaatst een nieuwe installatie, en dan komt de vraag naar de frequentie van preventief onderhoud, van nazicht, van vervanging. In het begin zit men dan wat naar elkaar te kijken: wat gaan we erop zetten? Maandelijks? Jaarlijks?

En dan krijgen ze een week later de auditor op bezoek, die zegt: toon mij eens jullie preventief plan. Waarop het antwoord is: ja, de frequentie is nog niet bepaald. En dan fronst die auditor de wenkbrauwen, want die zegt: mannekes, je gaat toch niet wachten tot het te laat is?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Bij filters zou dat in mijn ogen wel een goed antwoord kunnen zijn, in die zin dat de wisselfrequentie ook applicatieafhankelijk is. Bij een persluchtfilter kan je perfect zeggen: die wisselen we één keer per jaar.

Dat wordt ook heel vaak zo gedaan. Andere klanten zeggen bijvoorbeeld over waterfiltratie: het komt ons gewoon goed uit om die om de drie maanden te wisselen, of die nu geblokkeerd zitten of niet.

Dan doet men dat effectief preventief, gewoon omdat het in de planning past. Anderen – en daar zou ik zeggen dat het antwoord aan die auditor gerechtvaardigd is – zeggen: we gaan die filter op het water of op de siroop tot zijn maximale levensduur gebruiken. Op een bepaald moment heb je dan zoveel drukval dat je geen flow meer hebt.

Op dat moment wisselen is de meest economische oplossing: de filter tot zijn volledige levensduur gebruiken. En als het een nieuwe applicatie is, weet je dat niet altijd op voorhand.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dan begint die productiemanager lastig te doen, want die zegt: dan sta ik op een bepaald moment met een lijn waar geen debiet meer doorkomt, en dan moet ik op dat moment de technische dienst bellen.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Daarom doet men het vaak preventief. En dan kom ik terug op wat ik daarnet zei: het is van belang dat je systeem van in het begin correct gedimensioneerd is, zodat je langzaam aan dat punt komt. Als je dan op 1,5 bar drukval zit, weet je: oké, we gaan een wissel mogen inplannen.

Maar als je al te ver op die curve zit om te beginnen, als je systeem dus ondergedimensioneerd is, dan ga je plots in die blokkage en dan gaat het steil omhoog.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Het is dus een curve die op een bepaald moment steil wordt.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Ja, die blijft lang vlak, dan begint dat geleidelijk, en plots gaat het exponentieel. En dat wil je niet, want dan kom je in de problemen doordat je een ongewenste wissel moet doen midden in je productiebatch.

Strengere eisen vanuit klanten en regelgeving

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dat heeft niemand graag, natuurlijk. Heb je de eisen van de klanten zien evolueren in de voorbije twintig jaar?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Absoluut. Het is alleen maar strenger geworden, zoals met alles. De klanten zijn zelf veel veeleisender geworden, maar er is ook heel veel regelgeving bijgekomen die er twintig jaar geleden niet was.

Laten we het zeggen zoals het is: twintig jaar geleden stond HACCP nog in zijn kinderschoenen. Dat bestond al, maar het moest nog groeien.

Ook dat is allemaal veel strenger geworden. En in het jaar dat ik begon, kwam Verordening (EG) nr. 1935/2004 over materialen in contact met levensmiddelen. Die heeft een update gekregen, zeker voor alles wat kunststoffen betreft – waar filters vaak van gemaakt zijn – met Verordening (EU) nr. 10/2011. Al doende is dat stelselmatig geüpdatet en strenger geworden.

Nu komt daar de bisfenol A-ban bij, een stof die wel eens voorkomt in polyethersulfonmembranen die voor filtratie gebruikt worden. Volgend jaar moet dat er dus allemaal uit. De eisen zijn dus strenger geworden.

De klanten zijn ook veel veeleisender geworden. En daar zat die discrepantie: de klant verwachtte steeds meer van de leverancier, terwijl de leveranciers afhaakten uit kortetermijnopportunisme, omdat ze het volgende kwartaal weer meer winst moesten voorleggen.

Zeker als je klantenservice in je hart draagt, kan je daar niet mee om. Ik ben in dat gat in de markt gesprongen, om het zo te zeggen.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Maar even terug naar die strengere eisen vanuit de Europese regelgeving – je vermeldt 1935/2004 en 10/2011: heb je het gevoel dat de andere kant van de tafel, je klant, daar altijd goed van op de hoogte is?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Ik vind dat dat met de jaren meer en meer het geval is. Ik krijg de laatste jaren regelmatig specifieke vragen waaruit duidelijk blijkt dat die klant weet wat die regelgeving inhoudt. Twintig jaar geleden was dat niet zo.

Tot zelfs tien jaar geleden heb ik meegemaakt dat men zei: we hebben een FDA-certificaat, dat is genoeg. Dan moest ik er echt tegenin gaan bij die klant.

Nee. We zitten in Europa, jongens. 1935/2004 is strenger dan FDA, en een FDA-attest volstaat hier niet. Het moet voldoen aan de Europese wetgeving, tot op de dag van vandaag.

Op dit moment vind ik dat het bij de klanten vaak beter zit dan bij sommige leveranciers. De klanten zijn natuurlijk ook de gebruikers. Vorige week nog had ik een klant, een voedingsbedrijf, dat een simpele zakfilter aangevraagd had.

Die krijgt een aanbieding van een filterleverancier en vraagt of er een voedingscertificaat is. Nee, dat was niet beschikbaar. Dan val ik bijna van mijn stoel.

Ik snap het nog enigszins: misschien zijn die leveranciers eerder op de chemie gericht en krijgen ze die vragen niet. Maar zelfs bedrijven die er wel actief in zijn… Vorig jaar of twee jaar geleden zag ik een mail passeren.

Iemand toonde mij een mail van een bedrijf waarvan je mag verwachten dat het weet wat het is om filters aan de voeding te leveren: “We stellen deze filter voor. Er is geen 1935/2004-certificaat, maar hij voldoet wel. De gekozen materialen voldoen, alleen heeft de fabrikant de moeite niet genomen om die certificatie te laten doen.”

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Ik zou zeggen: ik val niet van mijn stoel. Ik kom bij zeer veel bedrijven, en ik merk dat nog veel leveranciers van filters of andere contactmaterialen zoiets hebben van: tja, waarover gaat dit? Pas op, ik heb het ook zien verbeteren de laatste jaren, gelukkig maar.

Zoals je zegt: FDA-attesten. Dan zeg ik altijd: dat is Amerika, hier zijn we in Europa. Vergelijk het met een Chinese autofabrikant. Die mag hier ook niet zomaar zijn auto’s op de markt zetten; die moet zorgen dat ze voldoen aan de Europese wetgeving, en pas dan mogen ze hier verkocht worden. Maar dat principe lijkt niet te gelden bij machinefabrikanten of fabrikanten van contactmaterialen.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Ik heb wel begrepen dat 1935/2004 en de FDA-vereisten meer en meer aan het harmoniseren zijn.

FDA versus Europese regelgeving

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Heb ik dat goed begrepen? Amerika blaast soms nogal hoog van de toren, maar ze hebben wel een enorme inhaalbeweging gedaan ten opzichte van pakweg tien jaar geleden. De FSMA-wetgeving, de Food Safety Modernization Act: daarmee hebben ze toch wel gekeken naar wat er in Europa leeft, laten we eerlijk zijn.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Dat verandert niets aan het feit dat je met een FDA-certificaat niet in orde bent voor Europa.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Nee, nee. Maar ze duiken nog af en toe op.

Een specifieke vraag waar ik soms tegenaan loop, gaat over de microbiologische normen die voor cleanroomtechnologie bestaan. Via ISO-normen bestaan er classificaties, maar ISO-normen zijn uiteraard geen wetgeving. Daarnaast heb je een food safety-norm zoals de BRC-norm, die het over low-care-, high-care- en high-risk-ruimtes heeft. Hoe zit dat juist? Ik merk daar een zekere discrepantie.

Iedereen begint wat eigen terminologie te ontwikkelen: enerzijds BRC, anderzijds de ISO-classificaties voor luchtfilters. En de wetgever volgt dat niet altijd. Maar het is wel die controleur van het FAVV die uiteindelijk komt zeggen of je het hier juist of niet juist doet.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Wat dat betreft hebben voedingsbedrijven wel wat bewegingsruimte om zelf te zorgen dat hun eindproduct voedselveilig is. Voor bepaalde filters, bijvoorbeeld voor cleanrooms of operatiezalen, bestaat er een ISO-norm die de HEPA- en ULPA-filters bepaalt. Ook de grofstoffilters die die beschermen en die in ventilatie gebruikt worden, zijn onderworpen aan harmonisatie en aan een ISO-norm.

Dat wordt in de voeding gebruikt, bijvoorbeeld op afvulmachines of in verpakkingsruimtes, maar het is veel ruimer dan voeding. De voeding gebruikt het, maar het komt niet uit de voeding.

Het komt eigenlijk voort uit: we moeten hier in een operatiezaal de luchtkwaliteit controleren. Of uit de farmacie: als we een product willen maken, moet dat in een cleanroom van klasse zoveel, met maximaal zoveel partikels. Dat heeft te maken met het creëren van een uniforme luchtomgeving waarin gewerkt wordt.

Dat is dus niet strikt gebonden aan de voeding. Hetzelfde geldt voor perslucht: daar is ook een ISO-norm, die perslucht in klassen indeelt voor deeltjes, restolie en restvocht.

Dan kan je zeggen: ik wil klasse 1.4.1 voor mijn perslucht. Dan haal je de deeltjes er zo goed als allemaal uit, dan droog je tot een drukdauwpunt waarbij microbiologie niet meer kan groeien, en dan verwijder je olie en andere koolwaterstoffen maximaal.

Eventueel, als microbiologie ook belangrijk is, kan er nog een sterielfilter achterkomen. Daar houdt het zo’n beetje op qua filternormen in de voeding.

ISO 8573 en de rem op innovatie

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

De ISO-norm – het nummer ontsnapt me even, ISO 8573 als ik me niet vergis – legt die classificaties vast. Die 1.4.1, zoals je zegt. En dan heb je nog het verschil tussen direct en indirect contact.

Ook daar wordt volgens mij soms wat mee gegoocheld, zeker als het over lucht gaat. Kan die lucht in direct contact komen? Perslucht op een machine waar een voedingsproduct doorgaat, dat is vrij duidelijk. Maar als je lucht filtert om in een ruimte te blazen waar open product staat: wordt dat als direct voedingscontact beschouwd? Het is omgevingslucht, je staat er niet actief op te blazen.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Daar kan je een boompje over opzetten; ik denk dat dat een podcast op zich kan worden. Maar uiteindelijk vind ik het niet verkeerd dat niet alles gereglementeerd wordt en dat de producent de ruimte krijgt om zelf in te vullen hoe hij voor een voedselveilig product zorgt.

We hadden het net over de farmacie, die nog veel meer gereglementeerd is. Ik heb de voorbije jaren gezien dat de supply chain door leverproblemen zwaar onder druk stond, en niet alleen voor filters. Maar in de farmacie kon men dan niet zomaar even bij een andere leverancier aankopen om de productie draaiende te houden, want alles is gevalideerd.

Het moet díé filter zijn en geen andere. Daar willen we niet naartoe in de voeding. Het ironische was dat het vaak minder tijd kostte om een half jaar tot acht maanden te wachten op die filters dan om het proces te hervalideren – dat duurde nog langer.

In de farmacie zit men vaak met een vastgelegd, gevalideerd proces, ook opgelegd vanuit de reglementering: zo en niet anders. Dan zit je vast, ook qua innovatie. Ik zie daar nog vaak filters gebruikt worden van dertig jaar terug, waarvan ik denk: jongens, er is al zoveel beter op de markt. Maar nee, dat is gevalideerd, dus dat moet erin blijven.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dat remt dus wel degelijk de innovatie?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Voor mij remt dat de innovatie. Als je nu komt met hybride filters en nanofilters met nanovezels, dan kan je die daar niet zomaar toepassen. In de voeding kan dat wel, en je kan er ook voordeel mee doen.

Die innovatie kan je hier dus wel brengen. Als je uiteindelijk tot een voedselveilig resultaat komt en je hebt nog wat vrijheid om te optimaliseren – qua kosten, maar ook qua ondersteuning en service van de leverancier die je kiest, en met de mogelijkheid om morgen te veranderen als je dat wil – dan valt daar heel veel voor te zeggen. Meer dan om alles in normen en wetten vast te leggen. En ik denk dat de voedingsfabrikanten ook niet zitten te wachten op nog meer normering en regelgeving.

Perslucht: een onderschat risico

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Nee, dat wordt niet wenselijk geacht. Dat is waarschijnlijk ook waarom BRC net zegt: zorg dat je een filter installeert, en zorg dat je op basis van risico die of die specificatie toepast. Dat snap ik dus wel.

Langs de andere kant leidt dat wel tot discussies tussen de auditor en het bedrijf. Soms bellen ze ons daarover op – of jullie waarschijnlijk – omdat de leverancier iets verteld heeft en de auditor daar niet mee akkoord gaat. Er is dan weinig houvast om te zeggen wie gelijk heeft. En misschien hebben ze allebei een beetje gelijk.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Daar zie je soms ook aan de vragen die een auditor stelt – en die komen dan bij ons terecht – dat hij ergens bij een of andere fabrikant een opleiding of presentatie gevolgd heeft. Soms zijn dat terechte vragen, soms slaat men de bal helemaal mis. Maar als je dan met een goed antwoord komt…

Een simpel voorbeeld: mij wordt soms 1935/2004 en 10/2011 gevraagd voor stoomfilters. Dat zijn RVS-filters; die vallen niet onder de kunststoffenverordening, en er is ook geen rechtstreeks voedingscontact. Het is dus niet eens van toepassing, maar die vragen komen.

Men vergeet vaak dat 1935/2004 helemaal gebaseerd is op vloeistoftoepassingen: die testen gebeuren allemaal in vloeistofsimulanten. Zelfs voor perslucht wordt het soms gevraagd, terwijl het strikt genomen niet van toepassing is.

Dat belet niet dat het mogelijk is om voor perslucht- en steriele gasfilters producten te gebruiken die volgens 1935/2004 gekeurd zijn. Dan test men ze in die vloeistoffen en simulanten om ze te keuren, ook al ga je ze nooit in vloeistof gebruiken. Maar dan weet je wel: die stoffen zijn in orde, ik zit sowieso zeker qua voedselveiligheid. Er valt dus wel iets voor te zeggen, en je ziet het heel vaak op de datasheet staan. Goed idee op zich, gewoon als good practice, voor het geval er iets fout gaat.

En die dingen gebeuren. Ik heb recent een voorbeeld gehoord van een defect aan de compressor, waardoor er lucht van 90 graden over de filters ging. Dat werd niet onmiddellijk gedetecteerd, en dat PTFE-membraan was verpulverd. Weg filter. En dan moet je niet raden waar dat naartoe is.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Op het product geblazen.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Hoogstwaarschijnlijk ergens in een tank of zo. Dan hoop je dat er nog een safety filter staat die die stukjes eruit haalt, maar ondertussen komt dat wel in voedingscontact. Dan weet je tenminste: dit kan geen kwaad. Als we het er achteraf met een safety filter of gasfilter weer uit krijgen, is er op zich geen groot probleem.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Om nog even op die perslucht terug te komen: de BRC-norm bijvoorbeeld beschrijft in zijn eisen wat er moet gebeuren als er contact is.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Een bedrijf kan zeggen: we hebben onze perslucht behandeld voor de hele plant met één centrale behandeling, en dat voldoet. Dan verdelen we die perslucht over het leidingnet. En dan kan een auditor zeggen: ja maar, je moet dichter bij de toepassing staan, dat is niet zo dicht als het kan.

Daar kan je over discussiëren, en dan kan je argumenteren dat je verderop samples neemt enzovoort. Dan zal je andere maatregelen moeten nemen om het risico van het verdeelnet dat erachter komt te beheersen.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Zou jij in zo’n situatie zeggen: we zetten filters op compressorniveau én nog eens op de lijnen?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Dat is wat je vaak ziet: men doet een centrale behandeling, en dan weet je sowieso dat vocht en olie eruit zijn. Als je nog een restrisico hebt, gaat dat eerder over deeltjes en microbiologie.

Dan kan je zo dicht mogelijk bij de applicatie – vaak op de machine zelf – nog een sterielfilter zetten. Of men zet er, ondanks het feit dat men centraal al op 0,01 micron gefilterd heeft, toch nog eens één bij. Gewoon omdat ik met de jaren al meer dan eens gezien heb dat bij applicaties met steriel- en stoomfilters, waar jarenlang alles op wieltjes liep, er na een jaar of twintig toch fenomenen opduiken die je daarvoor niet zag.

En dat heeft puur te maken met de ouderdom van het netwerk.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Slijtage in de leidingen?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Ja. Zelfs RVS: bij stoom bijvoorbeeld, dat is zeer agressief. Na twintig jaar zal daar wel degelijk een stukje corrosie zijn, wees gerust. RVS staat voor roestvást staal, niet roestvrij – dat vergeten mensen soms.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Ondanks de anticorrosiemiddelen die in de stoomketel zitten? Dat helpt allemaal, al moet je daar dan weer op letten dat die food safe zijn, enzovoort.

Nu, om terug te komen op die centrale compressor en al die lijnen: je zou ook kunnen zeggen dat je die filter níét op de compressor zet, maar enkel op je lijnen. Lijkt jou dat een slim idee?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Ik denk dat er toch wel iets van centrale behandeling nodig zal zijn. Je wil niet al dat bulkvocht in je leiding; ik zou daar op zijn minst een of andere koeldroger zetten.

Dat is perslucht, dat is één aspect. Een ander, altijd uitdagend aspect is water: proceswater, of het nu als ingrediënt dient of om leidingen te spoelen. Zoals ik net zei: er zijn geen twee dezelfde filters, maar er zijn ook geen twee dezelfde types water.

Dat kan zelfs variëren per seizoen, bijvoorbeeld bij putwater. En zelfs op leidingwater is er geen overschot. Ik heb al verbazende dingen gezien van wat er allemaal uit leidingwater gehaald wordt.

Men vergeet vaak dat dat netten zijn die vast onder de grond liggen. Daar zitten lekken in, en daar komt vervuiling mee binnen. Die klant waar we het in het begin over hadden, die IJslands water afvulde: die had ook nog ander water nodig voor reiniging en dergelijke, en gebruikte daar leidingwater voor. Daar staat een eerste grove voorfilter, en hoe die eruitziet na een aantal dagen of weken – dat stemt wat mij betreft tot nadenken. Daar is ook al over gesproken met de lokale watermaatschappij; die zeggen dat ze ervan op de hoogte zijn, en daar blijft het dan bij, al sinds jaar en dag.

Of neem een andere klant, al sinds jaar en dag klant, die dat ook al een keer of twee meegemaakt heeft: om de paar jaar zien zij een piek in het filterverbruik op binnenkomend leidingwater. Plots is daar een piek in het verbruik, en men weet niet waarom. Na een maand of twee, drie is dat weer weg. En zoals dat gaat: “mijn naam is haas”, zegt de watermaatschappij. Eenmaal het voorbij is, zeggen ze: ja, we hebben toch een paar dingen gewijzigd en aangepast in het systeem, dat zou nu in orde moeten zijn.

Dan geeft men schoorvoetend achteraf toe dat er iets aangepast is, en dat er dus iets aan de hand was. Daarom wil dat niet zeggen dat het niet voedselveilig is, maar het geeft wel aan dat er qua deeltjesbelading heel veel variatie op kan zitten, en dat kan voor een productiebedrijf heel lastig zijn om mee te werken. Je filter kan natuurlijk verstoppen.

Dan moet je veel meer filters wisselen. En het is altijd grappig als dan de melding komt dat er iets met de filter is, want dan weet ik: er is iets met het water. De filter doet zijn werk, die is niet gewijzigd. Net op die momenten is hij echt nodig, daarvoor staat hij er. Dan moet je eigenlijk blij zijn dat hij er staat, want anders was dat verderop in je proces terechtgekomen en had het daar problemen gegeven op andere apparatuur.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Uiteraard. Deeltjes zijn dan nog het gemakkelijkst: onze filter zit op een bepaald moment verstopt, dus we weten dat we een probleem hebben. Erger is wat ik ooit meemaakte bij een bedrijf: een microbiologische contaminatie vanuit de watermaatschappij, die dan schoorvoetend toegaf dat hun UV-lampen stuk waren. Het bedrijf deed op een gegeven moment een wateranalyse en zag: oei, wat zit hier allemaal aan kiemgetal in dat water?

Leidingwater dus. En bedrijven denken veelal: we zijn met leidingwater bezig, dus no problemo. Het FAVV zegt ook in zijn omzendbrief over drinkwater: als je leidingwater gebruikt en er geen behandelingen op doet – geen ontharding, geen omgekeerde osmose – dan hoef je ook geen wateranalyses te doen.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Het is niet de bedoeling om te schieten op de watermaatschappij; die hebben ook geen eenvoudige opdracht, met leidingen die in de straten liggen. Ik zou niet in hun schoenen willen staan. Maar als grootafnemer zou ik daar toch omzichtig mee omspringen, want waar we het hier over hebben, zijn calamiteiten. Er kan altijd iets fout gaan, ook bij de watermaatschappij, maar dan moet je daarvoor geborgd zijn.

En uiteindelijk moet je ook naar je eigen proces kijken. Het is niet omdat je ervan mag uitgaan dat het voedselveilig is, dat het ook geschikt is voor je proces; je zit ook nog met de houdbaarheid van je eigen product bijvoorbeeld. Er komt dus meer bij kijken. Wat dat betreft is water nog altijd een van de uitdagendste grondstoffen.

Vreemde verhalen uit de praktijk

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Wat je aan het begin van de podcast al zei – dat heb ik toch bijgeleerd. Ik dacht altijd dat water de meest simpele grondstof was die we hebben.

Wat is de meest bizarre vraag naar filters die je al gekregen hebt?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Bizarre vraag? Daar zou ik even over moeten nadenken. Maar je ziet wel eens rare dingen, laat ik het zo zeggen. Dingen die zich laten raden: verkeerd gebruik. Al moet ik zeggen dat dat met de jaren veel gebeterd is.

En volgens mij zitten die toenemende vereisten en regelgeving daar voor iets tussen. Het is soms niet gemakkelijk om ermee om te gaan, maar ik ben daar wel positief over, want het heeft echt heel wat beterschap gebracht in het bewustzijn bij de klanten en in hoe ze ermee omgaan.

Een simpel voorbeeld van iets wat je nu niet meer ziet, maar aan het begin van mijn carrière wel: in een zuivelbedrijf. Steriele luchtfilters die je destijds stoomsteriliseerde, die krijgen het zwaar te verduren. Hoe weet je of ze nog goed zijn, of ze nog integer zijn, zoals wij zeggen? Daar bestaan toestellen voor, je kan een integriteitstest doen. Maar in dat bedrijf had een of andere operator, die dacht dat hij de slimste was, niets beters gevonden dan een sigaret op te steken en die rook aan de binnenkant – de propere, steriele kant – van die filter te blazen.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dat meen je niet. Dat is hopelijk al lang geleden?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Dat is van het begin van mijn carrière, maar het heeft nog verbazend lang geduurd.

Soms heb je dat bij een bedrijf: dat er een bepaalde cultuur heerst, of dat bepaalde mensen moeilijk nieuwe dingen aanleren. Bij de jongere generatie ga je dat soort dingen niet meer zien; daar is een veel groter bewustzijn.

Het was ook ongelooflijk dat men niet inzag dat men rookpartikels en vuil aan de propere kant van een sterielfilter aan het blazen was, en dat men die daarna gewoon terugplaatste en er perslucht doorheen duwde. Als dat roet vrijkomt, waar gaat dat dan naartoe?

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Het moet ergens naartoe, ja.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Recht het product in. Plus: het was ook geen relevante test. Als je daar aan de andere kant rook ziet uitkomen, dan is die sterielfilter al zo lek als een zeef; dan kan hij er evengoed niet staan. En omgekeerd kan het perfect dat je er rook in blaast, niets ziet uitkomen, en dat hij wel degelijk al lek is. We hebben het over microbiologie: dat zie je niet, dat zijn heel fijne deeltjes.

Of, ook nog meegemaakt, bij een transportbedrijf met van die grote tankwagens voor voeding. Ook sterielfilters, om te kunnen legen en vullen – een beluchtingsfilter, om het zo te zeggen. Als dat gereinigd moest worden, hadden ze niets beters gevonden dan, wanneer die tanks met de hogedrukreiniger gereinigd werden, het filterhuis even open te doen, de filterkaars onder de voet te leggen en erop te sproeien.

Om te beginnen mag een steriel luchtfilter eigenlijk al niet nat worden. En dan plaats je die gewoon terug. Als die nog nat is en je gaat vullen of legen, dan riskeer je je tank plat te trekken, omdat die niet kan ademen.

Maar dat zijn dingen die je nu niet meer ziet. Ik ben wat dat betreft optimistisch en hoopvol voor de toekomst. Dat soort zottigheid zie ik niet meer. Het blijven wel leuke anekdotes.

Filters uit China: kwaliteit en vertrouwen

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Je ziet ook machines binnenkomen uit China of andere exotische landen, waar al filters in gemonteerd zijn. Zie je daarin nog de nodige kennis en de juiste filterkeuze?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Twee dingen wat dat betreft. Ten eerste is het grote voordeel bij filters dat ze uitwisselbaar zijn – tenzij een of andere fabrikant weer dacht de slimste te zijn en een exotische aansluiting gebruikte om de markt voor zichzelf te blokkeren.

Als er iets op staat waarvan je zegt dat het voor jouw applicatie niet volstaat, kan je er meestal wel een ander element in steken. En als dat niet lukt, vervang je het filterhuis. Dat kan allemaal.

Wat ik op dit moment uit China zie komen, is dat er een grote kloof tussen zit. Je hebt heel basic producten waarvan je zegt: blijf eraf. En aan de andere kant heb je tegenwoordig heel goede producten.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Ja, die zie ik ook. Ik kijk naar mijn iPhone – sorry, maar die is made in China.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Oké, maar daar zit wel een westers bedrijf achter dat zegt: zo, zo en zo. Dat geldt ook bij de machinefabrikanten.

Als we naar de fabrikanten, merken en leveranciers van filters kijken: ook de grote jongens hebben tegenwoordig productie in China. Een merk waar we veel mee samenwerken, Masterfilter, bepaalt zijn specificatie en gaat dan kijken op de markt: waar gaan we dat laten bouwen? We komen vaak in China terecht, maar je zou ervan verschieten.

Je hebt er twee soorten. Je hebt er die beseffen dat ze, als ze in het Westen willen scoren, tot in het detail moeten gaan. Daar wordt zeer kritisch naar gekeken.

Dat is vaak de ironie van de zaak: vaak zijn ze beter in orde dan een aantal van die westerse spelers die denken dat ze het wel weten. Als je die cleanrooms ziet en de procedures waarmee ze werken en produceren…

Ik heb hier ook wel goede gezien, let op. Maar laat me het zo zeggen: als je er 50 zou auditen en je houdt de beste drie over, dan denk ik dat je goed zit. Plus: ook de innovatie komt meer en meer van daar. Verschiet daar niet van.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Ja, als je de aantallen hoort van hoeveel ingenieurs er per jaar afstuderen aan de Chinese universiteiten, dat is waanzinnig.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Het niveau gaat alsmaar omhoog. De innovatie die ik nu zie qua nanovezels of hybride technologieën… Of neem nu de PFAS-ban. Dat gaat natuurlijk over veel meer dan voedselveiligheid: in Europa zullen al die PFAS-producten in de komende jaren meer en meer moeten verdwijnen.

Dat gaat dus over meer dan voeding. Heel wat steriele gasfilters bijvoorbeeld zijn PTFE-membranen of bevatten PTFE. En PTFE is een PFAS. In de komende jaren moet dat eruit, dus er zullen andere oplossingen moeten komen. Bij de grote klassieke spelers zie ik wat dat betreft zo goed als geen beweging.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

In Europa?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Europa én Amerika. Terwijl ik van een van onze beste Chinese leveranciers nu al een PFAS-vrij steriel gasfilter heb dat al een paar jaar in gebruik is. Het bevatte op zich al geen PFAS, en ze hebben dat nu ook kunnen valideren. We hebben dus al oplossingen.

Technologie die ik tot nog toe nergens anders gezien heb. En ik hoor ook van een andere speler dat ze een PFAS-vrij steriel gasmembraan aan het ontwikkelen zijn, maar die geluiden hoor ik niet van de grote spelers. Misschien is dat hetzelfde als in andere sectoren.

De disruptie komt altijd van de nieuwe uitdagers. Neem Tesla tegenover Volkswagen en dergelijke: de klassieke spelers hebben zich de snelheid laten afnemen door een nieuwkomer die de markt veroverd heeft.

En zo ging het ook met de digitale camera’s. Wie heeft zich laten vangen? Kodak. Die waren niet mee, die bleven zitten op hun filmrolletjes, en ze zijn de markt kwijt.

De innovatie en de disruptie komen vaak eerder van nieuwe, middelgrote spelers dan van die grote, die vaak vastzitten. Die hebben bijvoorbeeld een PTFE-membraan of een productielijn die ze draaiende willen houden.

De rol van de importeur als kwaliteitsbewaker

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Natuurlijk. En de perceptie in de voedingsindustrie is dan specifiek: oei, dit komt uit China, is dit wel betrouwbaar? Want die mannen zeggen wel dat het PFAS-vrij is.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Wij spelen daar dan die rol in. Wij gaan dat auditen als importeur en distributeur. Ik kom terug op het voorbeeld van mensen zoals ik, die ook bij die grote spelers kwamen zeggen: dit is niet wat de klant of de markt nog wil, dit kan beter.

Wij gaan auditen: als er 50 fabrieken geauditeerd worden, worden er twee of drie weerhouden. Niet alleen in China trouwens, ook in Europa en Amerika. Maar dan weet je dat het in orde is.

Om je een idee te geven: vorig jaar is bij een van de grootste fabrikanten een audit uitgevoerd door Eurofins Scientific, toch wel een van de grootste spelers. Dat rapport was een boek van enkele centimeters dik, en daar stond één enkele kleine opmerking op.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dan heb je het waarschijnlijk niet slecht gedaan.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Die selectie moet je kunnen maken, en dat kan je als eindklant niet. Je kan je niet bezighouden met het auditen van 50 filterfabrieken wereldwijd. Wij zijn in een positie dat we dat wel kunnen: we gaan eerst zelf kijken en laten het daarna ook extern auditen. En dan weet je: hier hebben we de juiste mensen, de juiste bedrijven, met de juiste knowhow en technologie om te produceren aan de kwaliteitseisen die nodig zijn.

En die springen ook. Daaraan weet je dat je de goede te pakken hebt: als je zegt dat je nog dit of dat certificaat nodig hebt, springen ze er onmiddellijk op.

Zelfs als ze het niet meteen hebben, starten ze de nodige testen op. Het PFAS-vrij verklaren van dat steriel gasfilter is bijvoorbeeld op mijn verzoek gebeurd. Ik wist dat er geen PTFE in zat, maar dat wilde daarom nog niet zeggen dat het PFAS-vrij was.

Dan moeten ze de hele productieketen tot aan de grondstoffen verifiëren, en ook labotesten doen om na te gaan of er niet onrechtstreeks en ongewild iets in terechtgekomen is. En dan pas kan je zeggen: oké, we zitten safe.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Het is ook in je eigen belang, want als importeur van dat materiaal ben jij de verantwoordelijke op het moment dat het in Europa binnenkomt.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Absoluut.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

En dan wil je niet dat de voorgelegde testen niet met de realiteit stroken.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Dat is het punt. Je kan een 1935/2004-attest vragen, en normaal gezien leggen ze dat wel voor. Maar als je dieper begint te vragen om de onderliggende dossiers te staven, dan krijg je al gauw een of ander laborapport met migratietesten. Dat is allemaal niet zo moeilijk.

Maar zelfs daarmee is je conformiteit met 1935/2004 nog altijd niet aangetoond. Je moet tot aan de grondstof gaan, en je moet ook de kwaliteitsstructuur bekijken – ISO 9001 of gelijkwaardig. Anders heb je één testrapportje van één filter dat één keer getest is.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Ja, eenmalig.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Dat is een momentopname. Kan je garanderen dat je dat reproduceert? Dan komt je kwaliteitssysteem in beeld, dan komt je grondstof in beeld, en welke certificatie daarvoor voorgelegd kan worden, enzovoort. Dat gaat dus heel ver, en het gaat ook steeds verder. Europa wordt daar als regelgever steeds strenger in.

Is Europa nog de regelgevende koploper?

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Zie jij op wereldschaal Europa nog altijd als de top qua regelgeving? Of zie je dat andere landen of continenten ook opschuiven?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Ik doe niet zo heel veel buiten Europa, dus daar moet ik het antwoord een beetje schuldig blijven. Maar ik heb wel de indruk dat Europa – en niet alleen op dat vlak – qua regelgeving de kar trekt, en dat de anderen dan vaak volgen. Zelfs de FDA, die vroeger de norm was, is achteropgeraakt ten opzichte van Europa.

En persoonlijk sta ik daar qua food contact ook wel achter. Al die stoffen die er vroeger in zaten en die nu niet meer mogen: er is een reden waarom die verboden worden. Er zijn vaak links met kankerverwekkendheid of iets anders.

Ik denk dus dat dat wel nodig is. Die bisfenol A-ban, die PFAS-ban: ik denk dat dat een goede zaak is. Het maakt ons leven er niet gemakkelijker op, dat weet ik.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Ja, dat is natuurlijk de bedenking die een quality manager zich maakt: hoe moet ik dat hier allemaal bijhouden?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Maar daar voer je een specialist voor in, zoals jij. Dat is ook onze taak daartussenin, tussen fabrikanten en eindklanten: die selectie maken en faciliteren. Het gaat om veel meer dan “hier, die filter gebruik ik nu”. Er zit veel meer achter.

Innovatie in filtermaterialen

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Tot slot wil ik nog even terugkomen op wat je net zei over innovatie in de filterwereld. Je noemde nanofilters en hybride filters. Kan je daar iets meer over vertellen? Mij is dat niet bekend, toch zeker niet in detail.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Weet je, als je heel veel van die filterkaarsen van buiten bekijkt, zien ze er krak hetzelfde uit. Het is het filtermedium of het membraan dat erin zit waarmee men het verschil maakt. En als ik die oude klassieke spelers zie – ik ga geen namen noemen – dan leveren die vaak nog steeds hetzelfde als 25 jaar geleden, tegen heel hoge prijzen. Vaak zijn dat kwalitatief goede producten, maar gewoon niet mee met de tijd.

Je moet het je zo voorstellen: iemand verkoopt je een model Mercedes van 30 jaar geleden. Nul kilometer, spiksplinternieuw. Maar aan de prijs van een nieuwe van nu.

Dat is wat er gebeurt, en daar ben ik het niet mee eens. Er zijn nieuwe technologieën. Nanovezels zijn heel fijn ten opzichte van de klassieke vezels die gebruikt worden, waardoor je meer leeg volume kan creëren in een membraan, in een dieptefilter of in een geplooid medium. En dan krijg je een lagere drukval, hogere flow rates, een langere standtijd enzovoort.

En dan kan je dat ook nog eens hybride maken, met verschillende materialen.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dus in één filter verschillende materialen die verwerkt worden – dat is dan een hybride filter. En waarom zou je dat doen? Wat is het voordeel?

Steven Dewulf, Indusfilter:

Een mooi voorbeeld is de zogenaamde APKV-filter van Masterfilter. Dat is een hybride die eigenlijk gebruikt kan worden ter vervanging van een steriel membraan.

We hebben daarmee samen met de KU Leuven een koudpasteurisatie van bier gevalideerd. Dat is ook een voorbeeld waarbij je blij mag zijn dat men niet van overheidswege vastlegt dat je je bier warm moet pasteuriseren. Zo heb je de technologische vrijheid om bij stijgende energiekosten – flashpasteurs gebruiken veel energie – dat soort technologie toe te passen, zonder naar een PES-membraan te moeten gaan waar je heel traag doorheen moet filteren, dat veel minder vuilvrachtcapaciteit heeft, dus veel sneller blokkeert, en dat duurder is in aankoop.

We hebben daar dus een applicatie gevalideerd die voor de markt heel interessant kan zijn: innovatief ten opzichte van wat er bestond qua filtratietechnieken, maar ook als vervanging van een andere technologie. En daar komt nog een voordeel bij: het bier wordt er alleen maar frisser en lekkerder op, want pasteurisatie neemt wat frisheid weg. Het eindresultaat is dus nog net iets beter.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Nu ben je reclame aan het maken voor je klanten, misschien.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Ik geef toe dat brouwerijen wel mijn lievelingsklanten zijn.

Slot

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Goed, Steven, ik heb veel bijgeleerd. Dank je wel.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Ik vond het ook boeiend; ik heb ook weer een paar dingen opgestoken. Daarom vind ik het interessant om met mensen zoals jij in gesprek te gaan: wij zitten heel eng in een niche, en jij hebt veel meer een overkoepelend beeld.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Vandaar dat ik het interessant vond om je uit te nodigen, om mijn klanten ook iets bij te brengen over die niche. Want ik merk dat die kennis verspreid zit, en met het verloop van quality managers en technische mensen in bedrijven gaat er soms ook een deel kennis weg.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Ik snap je reflex wel, want daar zijn we het gesprek mee begonnen: filters wijken wat dat betreft toch af van veel andere technologieën, waar je het vaak gewoon uit een tabel kan aflezen.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Zo simpel is het duidelijk niet. En ik onthoud ook dat water een van de meest complexe grondstoffen in de voeding is. Steven, dank je wel.

Steven Dewulf, Indusfilter:

Alexander, jij hartelijk dank voor de uitnodiging. Tot een later moment.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Zeker, we houden contact. Bedankt.

Nood aan antwoorden of oplossingen
ivm voedselveiligheid?

Ik ben op zoek naar praktijkgerichte antwoorden op mijn specifieke food safety vraag
Alexander