Migratie uit voedselcontactmaterialen: wat een test écht aantoont — Ann Delmotte (Belgisch Verpakkingsinstituut)
Verpakking is maar één deel van het verhaal: ook transportbanden, handschoenen en machineonderdelen zijn voedselcontactmaterialen, en uit elk daarvan kunnen stoffen migreren naar het levensmiddel. Ann Delmotte, managing director van het Belgisch Verpakkingsinstituut, legt uit hoe zo’n migratietest werkt, waar de Europese wetgeving nog gaten vertoont en waarom recyclaat in verpakking voorlopig een papieren oefening blijft.
April 2025 – 35 min – Seizoen 1, aflevering 7
Wie is Ann Delmotte van het Belgisch VerpakkingsInstituut?
- Ann Delmotte, doctor in de polymeerchemie (VUB), met een carrière in de chemische sector: autoverfontwikkeling, procesoptimalisatie en meerdere R&D-managersrollen in de kunststofindustrie.
- Sinds 2020 managing director van het Belgisch Verpakkingsinstituut (IBE-BVI), een instituut dat in 1954 startte als spin-off van de Belgische spoorwegen en vandaag een geaccrediteerd testlabo is.
- Ze zit via het Belgische normalisatiebureau mee aan tafel in de Europese werkgroepen rond recycleerbaarheid, en kent dus zowel het labo als de wetgevingsmachine van binnenuit.
Welke onderwerpen komen aan bod?
- Voedselcontactmaterialen zijn breder dan verpakking alleen (transportbanden, handschoenen, vleeshaken, strapbandjes, metalen kuipen), eenmalig versus herhaald gebruik, en de vraag of testen soms doorslaat.
- De Europese wetgeving: 1935/2004, het goed uitgewerkte 10/2011 voor plastics tegenover het gat voor papier, karton en aluminium, en goldplating door lidstaten.
- De PPWR (Verordening (EU) 2025/40): haalbaarheid van de recyclaatpercentages, EFSA-goedkeuring versus recyclaatstromen van buiten Europa, en de spectaculaire evolutie van sorteertechnologie.
En zoveel meer!
Waarom zou ik luisteren?
- Je krijgt concreet zicht op wat een migratietest wel en niet kan aantonen.
- Nuttig als je worstelt met Declaration of Compliance-dossiers: waarom leveranciers-DoC’s van grondstoffen niet volstaan, en welke technical guide van het EDQM eraan komt.
- Ann relativeert de druk zonder de lat te verlagen: wie vandaag conform is met wat goed gekend en begrepen is, zit goed; de rest zal gefundeerd doorsijpelen.
Introductie
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Mijn gast van vandaag studeerde af als doctor in de polymeerchemie aan de VUB en begon haar carrière in de chemische sector.
Van automobielverfontwikkeling over procesoptimalisatie tot verschillende R&D-managersrollen in de kunststofindustrie: zij leerde die tak van binnenuit kennen als geen ander. Dat gaf haar de ideale bagage om in 2020 aan de slag te gaan als managing director bij het Belgisch Verpakkingsinstituut, beter gekend als het BVI. Een begrip in België, dus, dat vandaag bij ons aan tafel zit. Iemand voor wie de moleculen in de plastics, het karton en het aluminium in onze koelkast zich spontaan beginnen te polymeriseren.
Welkom, Ann Delmotte. Goeiemorgen. Ann, kan je voor onze luisteraars even schetsen wat het BVI juist doet? Want veel mensen, en veel klanten van mij, denken bij het horen van de term 'instituut' nog altijd: ah, dat is een deel van de overheid. Wat niet klopt, toch?
Ann Delmotte, BVI:
Nee, en daar hebben we dagelijks wel wat problematiek rond, met dat instituutsconcept. Wel: het Belgisch Verpakkingsinstituut bestaat 70 jaar. Het werd opgericht in 1954 en heeft dat 70-jarig bestaan in 2024 gevierd. Het is opgestart als een vzw en was toen eigenlijk een spin-off van de Belgische spoorwegen, omdat dat de opkomst van het bulktransport was. Onder de stichtende leden van die vzw zaten trouwens veel mensen die actief waren in de kolonie Congo, omdat vanuit Congo heel veel zaken in bulk werden getransporteerd en dan verder per spoor gingen.
Daar werden dan allerlei sterkte- en integriteitstesten op gedaan: jutezakken, kisten, enzovoort. En vandaar is in de jaren tachtig ook het transport van gevaarlijke goederen bijgekomen. Maar die naam is gebleven. Wij zijn vandaag een besloten vennootschap die een heel uitgebreid gamma aan testen op allerhande verpakkingen kan uitvoeren.
Maar ja, we moeten er wel veertien lonen en heel veel technisch equipement mee kunnen betalen. Ik denk dat we een mooie balans hebben tussen gematigde prijzen enerzijds en heel hoge expertise en kwaliteit van rapportering anderzijds. Daar zijn we best trots op.
BVI: onafhankelijk testinstituut voor verpakking
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Ja, die achtergrond kende ik niet, moet ik zeggen. Wij kennen elkaar van jouw tijd bij een vorige werkgever in de chemie. Toen kwam eigenlijk de vraag: wij zijn de chemische sector, wij leveren de grondstof aan een verpakkingsproducent, die daar een verpakkingsmateriaal van maakt. Er was dus een zeker spanningsveld, zal ik maar zeggen, tussen de chemische sector en de voedingssector.
En de vragen die jullie toen vanuit de food kregen — want toen hebben jullie mij gecontacteerd — ik ga niet zeggen dat die vragen van Mars kwamen, maar toch. Sommige dingen waren voor mij vanzelfsprekend die dat voor jullie niet waren, en omgekeerd. Een klein voorbeeldje: ik herinner mij dat mensen in de productie ervan overtuigd moesten worden om de ramen dicht te doen of dicht te houden, zodat er geen insecten binnen konden. Dat vond men toen niet zo vanzelfsprekend.
Heb jij in de voorbije jaren de chemische sector en de voedingssector naar elkaar toe zien groeien, dat ze elkaar beter begrijpen?
Ann Delmotte, BVI:
Dat wel. In die periode was het volop: ja, we willen GMP zijn, good manufacturing practices. Er was ook het idee: moeten we een ISO 22000-certificaat ambiëren? Het was ook zo dat, doorheen alle stappen in de waardeketen en de toeleveringsketen naar het uiteindelijke verpakkingsartikel voor voedingsmiddelen, de plaats van al die partners en stakeholders niet zo heel duidelijk was.
Je zit daar met veel conversiestappen, die ook op hogere temperatuur gebeuren. Op het moment dat wij elkaar leerden kennen, werden in dat bedrijf concentraten van additieven en kleuren aangeleverd, die bij conversie verdund werden. Dus van plastickorrels naar een tray, naar een potje, naar folie — heel vaak.
Het was voor ons op dat moment niet heel duidelijk waar bij ons het risico zat om iets te hebben dat niet compliant zou zijn met de voedselveiligheid van het eindproduct. Ik denk dat de impact die alle partners in die waardeketen hebben toen niet heel duidelijk was. Want het idee leefde echt: ja maar, nadien wordt dat toch nog eens op hoge temperatuur omgezet en verwerkt.
Dus dat vliegje komt er dan toch niet in. Maar het ging eigenlijk vooral over het ontbreken van operationele discipline en van de awareness rond de vraag: welke impact hebben onze producten later nog? Al ging het soms wel heel ver, zoals het verbod op hout op de werkvloer.
Dat was onmogelijk, met paletten die werden aangeleverd. Maar anderzijds hadden we ook klanten die zeiden: de zakken waarin jullie leveren, die willen wij niet in contact met het houten palet, daar moet iets tussen. En op die manier is dat hele concept van awareness doorgesijpeld: we zitten hier wel in een voedings- en farmawereld, en dat vergt toch wat meer kennis van de kritische punten en de kritische parameters, ook in alle stukken van het toeleveringsproces en de waardeketen.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Dus je hebt die lijn de voorbije jaren wel zien doortrekken.
Ann Delmotte, BVI:
Ja, toch wel. Ik ben daar nu wel vijf jaar weg, maar de processen die toen in kaart gebracht en aangepakt zijn, die zijn er nog altijd.
Van verpakking naar food contact materials
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Goed. We hebben het tot nu toe over verpakkingsmateriaal gehad, maar eigenlijk moeten we het hebben over voedselcontactmaterialen, food contact materials. Waarom zeg ik dat? Omdat voedselcontactmaterialen niet alleen verpakkingsmateriaal zijn, maar ook machineonderdelen, transportbanden en handschoenen waarmee mensen in een voedingsbedrijf met die voeding in contact komen.
En de laatste tien jaar, laat ons zeggen, is er toch vanuit de overheid, vanuit de foodsector, vanuit de retail enzovoort een veel sterker bewustzijn rond die migratieproblematiek. Dat is ook de reden waarom ik jou uitgenodigd heb, natuurlijk. Met migratie bedoelen we de ongewenste overdracht van chemische stoffen uit dat contactmateriaal naar het levensmiddel.
Ben jij het daarmee eens, dat die migratieproblematiek bij de meeste bedrijven hoog op de agenda staat?
Ann Delmotte, BVI:
Ik denk dat dat bij grotere bedrijven makkelijker te herkennen is dan bij kmo's of familiebedrijven, omdat je ziet dat het toch een moeilijk onderwerp is om op te volgen. Het vergt wat chemische kennis, die afvullers van materialen niet altijd hebben. Zij zijn dus heel afhankelijk van hun toeleveranciers — van de kennis en het bewustzijn van die toeleveranciers — om dat allemaal conform te doen en netjes te documenteren.
Zelfs al zijn wij een verpakkingsinstituut, toch hebben we twee jaar geleden ons departement voedselcontactmaterialen verder opengetrokken dan alleen het testen van verpakkingen. En we zien inderdaad dat we handschoenen aangeboden krijgen om te testen, een vleeshaak, stukken transportband, om zeker te zijn. Maar het gaat bijvoorbeeld ook — en dat was eigenlijk een aangename verrassing — om een leverancier van strapbandjes, omdat die kabels boven open voedselbakken moesten aanleggen. Die zijn dan blauw gekleurd, om dat contrast met het voedsel te hebben.
Alles wat er niet in thuishoort, moet blauw zijn. Dat is visueel enorm ondersteunend. Die strapbandjes zouden maar heel incidenteel in contact komen, en toch wilden zij daar een volledige test op laten doen, om zeker te zijn dat wanneer er iets in de mengkuipen of in het deeg valt, zelfs dat momentane contact veilig is.
Dus sommige bedrijven zijn daar wel heel erg mee bezig.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Dus daaruit maak je op dat die bedrijven wel degelijk bezig zijn met de Europese Verordening (EG) nr. 1935/2004. Ja, oké, dat is goed om te horen. Dat is ook mijn beleving als ik bij mijn klanten kijk. Want laat ons eerlijk zijn: vijftien jaar geleden kwamen machinefabrikanten niet tot bij mij.
Die waren daar eigenlijk niet zo mee bezig. Vandaag zie ik hen wel meer en meer tot bij mij komen.
De rol van de retail
Ann Delmotte, BVI:
Maar je hebt ook de retail, hè. Ik denk dat het retailers zijn die enorm veel kennis hebben opgebouwd. Dat merk je ook als je naar events gaat rond voeding en verpakkingen: Colruyt, Carrefour, noem maar op — die mensen zitten daar allemaal.
Zij spelen mee in het op de hoogte blijven van de regelgeving. En zij trekken dat natuurlijk mee.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Op het einde van de rit dragen zij ook die verantwoordelijkheid, want zij zetten die producten in hun schappen, en als daar gevolgen voor de consument aan verbonden zijn, komen zij in beeld. Dus dan willen zij natuurlijk wel dat het wettelijk sluitend geborgd is.
Ik kom nog even terug op de machineonderdelen. Je zei: we krijgen al eens een stuk transportband toegestuurd. Dat is een vraag die ik bij mijn klanten wel eens hoor. We hebben niet alleen de Europese wetgeving, we hebben ook een stuk Belgische wetgeving rond contactmaterialen en machineonderdelen. Zij zeggen dan: oké, wij zien wel in hoe een labo een verpakkingsfolie gaat testen, maar wat met een machineonderdeel?
Een transportband, dat snap ik: ze sturen een stukje op. Maar een metalen kuip om vlees in te mengen? Je gaat toch niet zeggen: alsjeblieft BVI, doe daar eens een test op?
Ann Delmotte, BVI:
Dat wordt inderdaad nogal moeilijk, ja.
Wanneer wetgeving en realiteit botsen
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Heeft de wetgever daar dan iets geschreven waarbij hij te weinig bij de realiteit heeft stilgestaan?
Ann Delmotte, BVI:
Ik denk dat die slinger van het testen soms een beetje doorslaat. Het is heel goed om de dingen te doen zoals we ze nu doen, maar ik denk dat het ook te ver kan doorslaan. Wat ik vaak een probleem vind: als je een Europese regelgeving hebt, dan zijn er bepaalde landen die daar toch nog iets bovenop doen — goldplating noemen ze dat — van: wij kunnen dit nog beter, of wij gaan dit sneller doen.
Landen die verder gaan dan de Europese regels
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Frankrijk bijvoorbeeld, dat is daar kampioen in?
Ann Delmotte, BVI:
Ja. Dat die landen apart nog iets willen doen, dat vind ik — en dat is mijn persoonlijke mening — niet nodig. Ik denk dat de Europese regelgeving strikt genoeg is en voor de harmonisering zeker volstaat.
Nu, wat die kuipen betreft: ik denk dat de hygiëne rond het gebruik van zulke kuipen naar mijn gevoel veel belangrijker is voor de voedselveiligheid dan het testen van dat metaal zelf, in het beginpunt. Als je met stainless steel, met inox werkt en dat wordt hygiënisch goed onderhouden, dan zie ik niet waarom je dat nog zou moeten testen. Bij aluminium bakjes bijvoorbeeld ligt dat anders: die kunnen we wel testen.
We zijn vertrokken van de machineonderdelen en naar metalen verschoven. Bij metalen is het soms wel complex.
Hoe vaak moet je testen?
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Ja, ik begrijp het. Wat weinig mensen ook weten, stel ik tot mijn verbazing soms vast, is het verschil tussen een voedselcontactmateriaal voor eenmalig gebruik en een voor herhaald gebruik, zoals een machineonderdeel. Hoe moeten jullie dat dan anders testen — een bakje voor eenmalig gebruik of een transportband?
Ann Delmotte, BVI:
Als het voor herhaald gebruik is, wordt het ook meerdere keren getest. Ik moet wel zeggen dat de meeste van onze aanvragen over eenmalig gebruik gaan. We zien toch weinig herhaald gebruik, want ik denk dat je dan in een ander soort materialen zit, met een ander soort equipement om dat te produceren, en met veel minder variabelen in de grondstoffen.
Als we merknamen mogen noemen — ik weet niet of dat mag — maar iemand als Tupperware bijvoorbeeld heeft bepaalde materialen al onderzocht en gespecifieerd, en maakt daar dan heel veel stuks van. Dat is het eerste waar ik aan denk bij herhaald gebruik: de bakjes die bij mij thuis staan, van die generatie. Die test hoef je dan niet telkens opnieuw te doen.
Dat is waarschijnlijk één keer ten gronde goed getest bij de start van het gebruik van dat materiaal. Dan werk je met dezelfde leverancier, dezelfde specificaties, dezelfde analysecertificaten. Daar zit veel minder variabiliteit in de grondstoffen.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Zo had ik het nog niet bekeken, maar dat is wel een feit. Iemand die een folie maakt, gaat al eens bij verschillende leveranciers rond.
Ann Delmotte, BVI:
Afhankelijk van het materiaal hebben die inderdaad meer opties.
Migratietesten met simulanten
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Duidelijk. Goed, migratie. We hebben het er al over gehad, maar laten we ook eens de olifant in de kamer benoemen: de Europese wetgeving rond migratie.
Die is vooral goed uitgewerkt voor de plastics, met Verordening (EU) nr. 10/2011: migratieprotocollen, simulanten enzovoort. Maar wat met alle andere types materiaal? Ik denk aan aluminium bakjes, aan karton, eventueel aan hout.
Is er zicht op een Europees kader daarvoor, of blijft dat ijdele hoop? Want Europa zegt al lang dat het er iets aan gaat doen.
Op til: revisie van de Europese wetgeving
Ann Delmotte, BVI:
Er zijn wel wat bewegingen op dat vlak. Er zijn revisies op Europees niveau waarbij de contactmaterialen meer geclusterd zullen worden.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Ja, oké.
Ann Delmotte, BVI:
Want je hebt nu ook specifieke regels voor rubber, voor plastics. Er gaat veel meer geclusterd worden rond thematiek: is het synthetisch of natuurlijk, is het organisch of anorganisch? Op die manier zullen een aantal zaken wat meer gebundeld en duidelijker worden.
Vandaag, als wij vragen over papier en karton krijgen, dan gebruiken wij Tenax als simulant E. Voor stoffen die geen vocht verdragen in het contact kun je daar toch wel relevante dingen mee vinden. Het is soms spijtig voor een klant dat we niet-conforme resultaten hebben.
Anderzijds bewijst dat dat de techniek wel degelijk iets aantoont. Als alle voedselcontacttesten met simulanten altijd goed zijn, dan moet je je stilaan de vraag stellen: waarom zijn we dit eigenlijk allemaal aan het doen? Het is dus goed dat je nu en dan een niet-conform resultaat hebt en dat je dan echt ziet: er is iets.
Wat precies weten we niet, want het is kwantitatief, maar er is iets dat de grens overschrijdt en dus niet conform genoemd kan worden.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Jullie zijn dus ook vragende partij voor duidelijke wetgeving, zodat het helder is: we krijgen een karton binnen, oké, dan is het dat.
Ann Delmotte, BVI:
Ja, want dan is het voor ons ook een steun om te verantwoorden waarom wij dit aanbieden. Nu is dat gebaseerd op wat? Op het feit dat er niets anders is en dit het beste is dat we hebben.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Ja, dat is eigenlijk de grote moeilijkheid.
Ann Delmotte, BVI:
Klopt.
Discussies met klanten over verantwoordelijkheid
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
En moet je dan discussies voeren met klanten die zeggen: volgens mij is dat niet de juiste aanpak?
Ann Delmotte, BVI:
Ja, net recent nog een beetje een discussie, want je zit soms met een mengsel van materialen.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Exact.
Ann Delmotte, BVI:
Je lamineert papier, en dan kom je in contact met een inkoper die zegt: het is plastic én papier, je moet dat allebei testen. En dan bleek uiteindelijk dat de plasticlaag ingesloten zat tussen twee papierlagen.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Oké.
Ann Delmotte, BVI:
Die zegt dan: ja maar, je hebt de kunststof niet getest. Terwijl het het papier is dat in contact komt. Dus dat is soms wel moeilijk om tot een eenduidig begrip te komen.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Ja, je klant kan iets anders verwachten.
Ann Delmotte, BVI:
Die ziet kunststof, en zegt dus: ik moet hier ook die kunststofmigratie hebben.
De EDQM technical guide
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Begrijpelijk, ja. Nu, een belangrijk document om die compliance doorheen de keten aan te tonen is de DoC, de Declaration of Compliance, de verklaring van overeenstemming. Dat is het document dat doorheen de schakels wordt doorgegeven, van de leverancier naar de gebruiker, en waarin staat waarvoor je dat materiaal mag gebruiken, voor welk type levensmiddelen en in welke omstandigheden.
Toch zie ik dat sommige bedrijven het met dat principe nog lastig hebben: we hebben dat nodig van die leverancier, en dan geeft die leverancier de DoC's van zijn grondstoffen in plaats van die van zijn afgewerkt product. Kun je dat voor onze luisteraars misschien nog eens verduidelijken? En een belangrijke bijvraag: komt er ooit een eenduidige template voor de DoC?
Ann Delmotte, BVI:
Ja, die eenduidige template doet me altijd denken aan one size fits all, maar zo werkt het vaak niet. Het is natuurlijk een belangrijk stuk verantwoordelijkheid opnemen, zo'n Declaration of Compliance, en je eigen processen komen daar ook bij kijken. Het is dus niet gewoon de som van een dossier van alles wat ik aankoop.
Als alles wat ik aankoop voedselconform is, dan is wat ik u aanbied ook voedselconform — zo eenvoudig is het niet. Maar er beweegt wel wat op Europees niveau om aan die DoC te werken. We hebben dat daarnet nog even bekeken.
De naam van de organisatie is, om het juist te zeggen, EDQM: het Europees Directoraat voor de Kwaliteit van Geneesmiddelen en Gezondheidszorg. Dat valt onder de Raad van Europa.
Zij werken aan een technical guide, over de documentatie die nodig is om de compliance en de veiligheid van je voedselcontactmaterialen aan te tonen. Dat is vrij nieuw. Ik ken de details daar zelf niet van.
We hebben op het BVI experten die daarmee bezig zijn. Volgende week hebben we opnieuw een opleiding rond voedselcontactmaterialen, waarin alle updates en alles wat qua regelgeving in de pijplijn zit nog eens mooi in kaart gebracht wordt. Want het is bijna een fulltimejob om dat allemaal netjes op te volgen.
We zijn daar ook voor geaccrediteerd, en die accreditatie moet conform al die normen zijn.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Dat is zeker een goede tip voor de luisteraar: EDQM heeft dus een technical guide over wat er in de documentatie zou moeten staan. Zeer goed, dat gaan de luisteraars graag horen, denk ik.
Zeer recent, namelijk op 22 januari 2025, is ook de beruchte — zal ik misschien wel zeggen — PPWR gepubliceerd, de Packaging and Packaging Waste Regulation, Verordening (EU) 2025/40. Ik denk dat iedereen in de sector, van groot tot klein, van hoog tot laag, daarmee geconfronteerd gaat worden. Want Europa wil meer recyclaat in de verpakkingen en minder verpakking.
Eigenlijk twee vragen aan jou. Eén: lijkt jou dat een haalbare kaart, de cijfers die daar voorliggen? En twee: hoe kan het BVI daarin helpen? Kunnen jullie bijvoorbeeld van een materiaal zeggen: daar zit zoveel procent recyclaat in? Dat zou de holy grail zijn, natuurlijk. Ik zie je al neen knikken.
De PPWR en de impact op verpakking
Ann Delmotte, BVI:
Ja, er zijn aan die PPWR heel veel aspecten, en als je het geopolitiek bekijkt is 2025 een heel slecht jaar om daarmee te starten voor Europa. Omdat de prijzen van recyclaat hoog liggen. Dat valt goed uit te leggen: er moeten heel veel processen aangepast worden.
Je moet sorteren in fijne verdelingen van afvalstromen qua zuiverheid. Hoe zuiverder het recyclaat, hoe makkelijker het ingezet kan worden. Dat zijn technologisch heel vernuftige processen om die sortering op verschillende polymeersoorten te doen.
Dan heb je het transport. Dan heb je de herverwerking, eventuele zuiveringen, aanpassingen aan het proces, enzovoort. Dit is dus een technologisch mooie vooruitgang, vind ik.
Als technicus gesproken vind ik het technologisch een mooie vooruitgang. Maar het komt met een extra kost, en het gaat enorm veel druk op de Europese producenten zetten om een dure grondstof te moeten inzetten. Vanuit een geopolitiek-economisch verhaal is het nu dus zeer moeilijk te verkopen.
Volgens mij zijn er ook toepassingen waar het niet haalbaar is. Je ziet dat er al enorm veel weerwerk is rond transportverpakking, dus de wraps rond de paletten enzovoort.
Je zit ook soms met een conflict tussen regelgevingen. Je hebt ladingzekerheid, je hebt veilig transport, en wat weet ik allemaal. Maar tegelijk zou je met al die omwikkelde en ingepakte zaken van alles moeten gaan doen.
Het loopt dus niet altijd in dezelfde richting. Kun je percentages recyclaat aantonen in kunststoffen? Het antwoord is nee.
Chemisch ga je een HDPE die virgin aangekocht wordt en een HDPE die gerecycleerd is niet van elkaar onderscheiden. Wat je wel kunt aantonen, is dat er materiaal gedegradeerd is.
Maar dat is nu net niet wat je in je eindartikel wil. Het wordt dus een papieren oefening. Een oefening van: laat mij zien hoeveel je aangekocht hebt en laat mij zien hoeveel je verkocht hebt.
Een massabalansberekening. En dan denk ik: ja...
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Is dat wat we willen, om het milieu te redden?
Ann Delmotte, BVI:
Is dat wat we willen? Hoe ga je dat aantonen? Hoe ga je eventueel misbruik daarin kortsluiten? Want als je 'papierwerk' zegt, dan voel je het al een beetje aankomen.
Nu, bij het opstellen van de tekst van die PPWR is vanuit Europa ook een mandaat gekomen naar het Europees normalisatiebureau om een aantal zaken in normen te standaardiseren. Want het gaat soms ook over de definities.
Mensen beseffen dat niet altijd, maar neem 'recycleerbaarheid'. Wat versta jij daaronder? Wat versta ik daaronder?
Als daar al geen eenduidig begrip van bestaat, dan rekt dat alle kanten uit. 'Design for recycling' — wat betekent dat? Wat moet dat kunnen doen? Hoe moet dat gerecycleerd kunnen worden?
Op het moment dat die vraag in de normalisatieomgeving in Europa gekomen is, zijn er tien werkgroepen opgestart, met dertien topics. Dat werd opgesplitst: eerst de definities, om te starten, maar ook: wat gaan we met PET doen? Wat gaan we met rigid polypropylene doen?
Al die subcategorieën werden in verschillende werkgroepen ondergebracht, rond die recycleerbaarheid. Hoe moet je dat testen? Hoe ga je dat aantonen? Wat moet dat kwalitatief betekenen?
Al die werkgroepen zijn gestart sinds de aanvraag van dat mandaat, dus vorig jaar. En dan is het zo dat ieder normalisatiebureau in Europa... Wij zijn ook sectoroperator van het Belgische normalisatiebureau, dus wij zitten mee in die werkgroepen, samen met andere stakeholders die kunnen participeren.
Nu zijn er in totaal 4.300 commentaren op die teksten gekomen. En die moeten punt per punt opnieuw bediscussieerd worden. Om maar aan te tonen: we zijn er nog niet. Papier is gewillig.
Je schrijft dus: ik wil zoveel procent recyclaat. Of: uw verpakking moet gedesignd zijn voor recycling. Dan is mijn eerste vraag: wat wil jij daar nu eigenlijk mee zeggen? Wat betekent dat concreet?
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Het is toch straf, als ik hoor dat er nog 4.300 opmerkingen doorlopen moeten worden. Maar die wetgeving is wel al gepubliceerd en treedt gewoon in werking.
Ann Delmotte, BVI:
Ja, maar een wet die van kracht is, die moet je ook kunnen opvolgen. Dan moet je die kunnen monitoren en, denk ik, ook bij misbruik kunnen penaliseren. Ik denk niet dat dat in 2025 gaat gebeuren.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Nee, nee.
Ann Delmotte, BVI:
Er is heel veel weerstand vanuit verschillende stakeholders en federaties. Je kunt over federaties veel zeggen, voor of tegen advocacy — want 'lobbying' wordt niet meer gebruikt, het is nu advocacy. Maar anderzijds heb je de expertise van die federaties wel nodig.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
De praktijkkennis.
Ann Delmotte, BVI:
Precies, omdat dat toch mensen uit het veld zijn die zich groeperen en zeggen: één federatie, één stem. Op die manier kan er ook valabele input gegeven worden. En dan zie je dat er zoveel federaties betrokken zijn, want papier, karton en plastics hebben allemaal verschillende dynamieken.
En die zitten in heel dat wastegebeuren vaak gemengd, zoals ik daarnet al zei. Papier en plastics samen in één verpakking, dat komt bij manier van spreken vaker wel dan niet voor.
De tekst zelf is al lang, maar de nasleep om dat concreet en begrijpbaar te maken, dat zal nog een heel ander paar mouwen zijn. Maar terug naar de essentie: kan je chemisch aantonen hoeveel kunststof hierin gerecycleerd is?
Het antwoord is nee. Bij papier en karton is er wel een methodiek om naar lange en korte vezels te kijken: hoe meer je dat verwerkt, hoe meer de natuurlijke vezels afgebroken worden.
Chemisch zou je dat aan de limiet kunnen doen, maar eigenlijk niet. Want om mechanische sterkte te hebben, moet je een kritische lengte van je polymeerketens hebben.
Blik op Europa versus de rest van de wereld
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Ja, boeiende materie. En wat ik me daarbij ook afvraag: oké, we zijn Europa, en we staan erom bekend dat we alles stevig willen dichttimmeren. Elk recyclageproces moet door de EFSA, de European Food Safety Authority, goedgekeurd worden. Allemaal goed en wel binnen Europa.
Maar er zijn natuurlijk ook producenten van buiten Europa. China, om het bij één naam te houden, exporteert allerlei recyclaatstromen. Wat moeten we daar dan mee?
Ann Delmotte, BVI:
Het doet me wel een beetje aan de REACH-periode denken. Toen dacht iedereen ook: ja maar, Europa gaat zichzelf klemzetten met al die verplichte registratie van chemicaliën.
Anderzijds — en dan denk ik aan mijn periode met pigmenten en kleurstoffen — heeft dat toch ook voor een zekere consolidatie gezorgd. Want als je een wildgroei aan producten hebt, dan dwingt zo'n registratie je om te kijken: wat zijn hier nu eigenlijk je blootstellingsscenario's? Die synthetische pigmenten zijn zeer moeilijke chemie, met heel veel onzuiverheden.
Met de toxicologie die toen in beeld kwam, hebben ook grote spelers hun portfolio herbekeken en zich de vraag gesteld: klopt die balans tussen veiligheid enerzijds en commercialisatie anderzijds nog wel?
En of de Europese markt daar nu zoveel van heeft afgezien door REACH, of dat er via achterpoortjes toch heel veel oosterse producten zijn binnengekomen? Ik denk dat dat niet veel meer of minder was dan ervoor.
Slot: praktische tips voor de luisteraar
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Ja, oké. Goed. Ann, heel duidelijk en heel boeiend. Ik denk dat de conclusie toch is dat we als industrie de komende jaren voor zeer grote uitdagingen staan. En de wetgever eigenlijk evengoed.
Ann Delmotte, BVI:
Ja. Mensen zijn soms boos als ze politici horen zeggen dat we de pauzeknop voor het klimaat gaan indrukken. Ik vind dat ook moeilijk, maar als je naar het geheel kijkt — de geopolitiek, de economie, zoals ik in het begin al zei — dan is het bijzonder moeilijk om al die parameters in balans te houden.
En moeten we het klimaat voorrang geven? Defensie komt nu ook steeds meer in beeld. We mogen zeggen dat het boeiende tijden zijn, zolang we ons op onze eigen materie focussen. En dat moeten we ook doen, om onze mentale gezondheid te bewaren. Maar ik kan me voorstellen dat het voor beleidsmakers op dit moment een gigantisch moeilijke puzzel is. Challenging times.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Heb jij nog tips voor onze luisteraars, de gebruikers en de producenten van verpakkings- en contactmaterialen?
Ann Delmotte, BVI:
Ja. Zelfs met nieuwe regelgeving in het vooruitzicht: als je conform bent met alles wat vandaag al goed gekend, begrepen en gevraagd wordt, dan zit je goed. We hadden het eerder al over risicoanalyse. In het borgen van het risico dat we iemand schade toebrengen — en daar is het hele gebeuren rond voedselcontactmaterialen op gebaseerd — zitten we op dit moment wel goed.
Veel van die zaken zijn bovendien gebaseerd op worst-case scenario's. Met wat we vandaag doen, mogen we voor onszelf gerust zijn dat we geen onnodige risico's lopen. En al die andere dingen die nog boven ons hoofd hangen, zullen wel stilaan op een gefundeerde manier doorsijpelen, hoop ik. We moeten positief blijven.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
We blijven positief voor de toekomst van de contactmaterialen.
Ann Delmotte, BVI:
Technologisch is dit trouwens wel een moment om heel innovatieve dingen te doen. Om nog even terug te komen op dat sorteren: als je ziet hoe het afval uit de blauwe PMD-zak vroeger gesorteerd werd, en je gaat vandaag naar zo'n sorteercentrum kijken — op korte tijd is dat spectaculair geëvolueerd. Ook chemisch, procesmatig en qua detectiemethodes. Dat vind ik fenomenaal, en heel mooi om te zien.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Ja, oké. Dan moet ik daar toch eens een bezoek gaan brengen.
Ann Delmotte, BVI:
Dat moet je zeker doen. Ik geef je met plezier een paar adresjes waar je zeker eens kunt gaan kijken.
Alexander Platteeuw, A+ Quality:
Goed zo. Ann, dankjewel voor het interview.
