Pest management in de voedingsindustrie: van bestrijding naar beheer
Pest management in de voedingsindustrie is in 15 jaar tijd onherkenbaar veranderd. Waar een gespotte muis vroeger soepeler werd behandeld, is dat vandaag per definitie ontoelaatbaar. De administratie errond is verhuisd naar digitale platformen waarop de klant elk detail kan opvolgen. Tegelijk komen rodenticiden steeds verder onder druk te staan, net nu de oproepen voor knaagdieren het hele jaar door aanhouden.
December 2024 – 28 min – Seizoen 1, aflevering 1
Wie is Erwin Callebaut, ongedierte expert?
- Erwin Callebaut startte zijn loopbaan als sales manager en kwam vervolgens terecht bij ISS, bij de tak Pest Management Solutions. In 2009 richtte hij Ecob op, met als doel een derde speler te zijn naast de twee multinationals die de Belgische markt domineren, met dezelfde service, hetzelfde niveau van rapportering en behandeling.
- Ecob is vandaag onderdeel van Elis, en telt vandaag zo’n 1.300 à 1.400 klanten, evenwichtig verspreid over voeding, farmacie, overheid, horeca en banken.
Welke onderwerpen komen aan bod?
- 15 jaar evolutie: strengere eisen en volledig digitale rapportering
- Rodenticiden onder druk: wetgeving, resistentie en stijgende populaties
- België, Nederland, Frankrijk en Scandinavië: verschillende snelheden in wetgeving
- Van pest control naar pest management: preventie als eerste verdedigingslinie
- Het supervisiebezoek of diepteonderzoek bij BRCGS, IFS en FSSC 22000
En zoveel meer!
Waarom zou ik luisteren?
- Rodenticiden worden verder aan banden gelegd, terwijl ze goed gebruikt de meest efficiënte en goedkoopste bestrijding blijven; non-tox is arbeidsintensiever en duurder.
- Preventie is de eerste verdedigingslinie, maar werkt enkel als de klant de aanbevelingen effectief opvolgt.
- De toekomst is monitoring: draadloze sensoren, geconnecteerde vangvallen en camera’s die vliegende insecten tellen en determineren, met ad-hocinterventies in plaats van vaste bezoekfrequenties.
Interview 1.1 — Erwin Callebaut (Ecob): Better Foodsafe Than Sorry
Een gesprek over ongediertebestrijding, wetgeving en de toekomst van pest management. Alexander Platteeuw (A+ Quality) in gesprek met Erwin Callebaut, oprichter van Ecob.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Mijn gast van vandaag is gepokt en gemazeld in het ongedierte. Hij startte zijn carrière als sales manager bij het toenmalige Ondes, om vervolgens opgeslorpt te worden onder de vleugels van gigant ISS, zij het onder de tak pest management solutions. In 2009 vond hij de tijd rijp om zijn eigen bedrijf te starten, en Ecob zag het levenslicht. Welkom Erwin Callebaut, de man voor wie ratten, muizen en insecten geen geheimen hebben.
Erwin Callebaut (Ecob): Dank je wel Alexander, en bedankt voor de uitnodiging. Graag gedaan. Ik geef inderdaad graag wat extra informatie in verband met pestcontrole.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Laten we teruggaan naar het begin van Ecob. Wat heeft u doen besluiten om daarmee te beginnen?
Erwin Callebaut (Ecob): De belangrijkste reden was dat de Belgische markt gedomineerd wordt door twee heel grote multinationals. Als voedingsbedrijven een prijsvergelijking willen maken, blijven ze per definitie altijd bij die twee bedrijven hangen. Het leek me dan ook opportuun om een derde bedrijf te starten — weliswaar kleiner, maar dat dezelfde service en hetzelfde niveau aanbiedt: de manier van rapporteren, de manier van behandelen. Dus minstens hetzelfde niveau als die multinationals, zodat er een extra partij is waarmee ook vergeleken kan worden. Dat was eigenlijk mijn belangrijkste motivatie.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): En dat is ondertussen aardig goed gelukt.
Erwin Callebaut (Ecob): Dat is aardig goed gelukt. We zijn opgericht in 2009, dus we zijn ongeveer 15 jaar bezig. We hebben op dit ogenblik zo'n 1300 à 1400 klanten. Niet allemaal in de food; dat is heel verspreid over verschillende sectoren: voeding, farmacie, maar ook de overheid, horeca en banken.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): En de food is daar een groot stuk van?
Erwin Callebaut (Ecob): Dat is een behoorlijk stuk, maar niet in die zin dat de portefeuille onder druk zou staan als de foodsector het minder goed doet. De portefeuille is heel evenwichtig verdeeld over de verschillende sectoren.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Je bent nu 15 jaar bezig, dus ook 15 jaar met foodklanten. Heb je de verwachtingen van die foodklanten zien evolueren over die 15 jaar?
Erwin Callebaut (Ecob): Ja, de belangrijkste evolutie is dat de eisen veel hoger en veel stringenter geworden zijn. Wordt er bijvoorbeeld ergens een muis gespot, dan is dat per definitie ontoelaatbaar. Ettelijke jaren geleden was dat natuurlijk ook al ongewenst, maar ging men er wel wat soepeler mee om, naar behandelen en aanpakken toe. Nu is dat veel stringenter. Daarnaast is ook de administratie rond pestcontrole een belangrijke evolutie. Die is enorm uitgebreid en gebeurt op een digitaal platform. Klanten kunnen daarop inloggen en er alle mogelijke gegevens die met pestcontrole te maken hebben opzoeken. Ook dat is een heel groot verschil met vroeger.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Heb je in dezelfde zin ook de verwachtingen van de wetgever zien evolueren?
Erwin Callebaut (Ecob): Ja, en dan voornamelijk op het vlak van rodenticiden. Er zijn nog andere wijzigingen, maar dat is wel de belangrijkste: het gebruik van rodenticiden wordt meer en meer aan banden gelegd, tot op een punt dat het soms moeilijk wordt om nog efficiënt te behandelen. Ik ben er zeker voorstander van dat het gebruik van biociden bedachtzaam en op de juiste manier gebeurt, door mensen die een opleiding genoten hebben en met toegelaten producten. Maar het moet wel mogelijk blijven om ze in te zetten. Ik merk meer en meer dat ze in een verdomhoekje terechtkomen: het zijn gevaarlijke stoffen, het zijn biociden, dus moeten ze per definitie afgeschaft worden. Terwijl rodenticiden, goed gebruikt, zeer efficiënt zijn — en qua kosten nog altijd de goedkoopste manier om knaagdieren te bestrijden.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Zie je daardoor dat de populatie van die beestjes aan het stijgen is?
Erwin Callebaut (Ecob): Ik verwacht dat dat op termijn minstens een uitdaging gaat worden.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Dat is voorzichtig uitgedrukt.
Erwin Callebaut (Ecob): Maar dit jaar bijvoorbeeld hebben we heel veel oproepen gehad voor muizen en ratten, zelfs tijdens de lente en de zomer. Dat is eigenlijk constant op hetzelfde niveau gebleven.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Wat je vroeger minder zag.
Erwin Callebaut (Ecob): Dat hadden we veel minder. Vroeger verliep dat echt meer in pieken: de klassieke periode — de herfst en de winter — kende meer ratten en muizen. Nu is dat eigenlijk het hele jaar door, en veel meer. De reden daarvoor is denk ik tweeledig. Ten eerste heeft het heel veel geregend, waardoor veel schuilplaatsen vochtig of ondergelopen zijn; die beestjes zoeken dan actiever nieuwe schuilplaatsen en voeding. Daarnaast is er waarschijnlijk ook het gebruik van minder actieve rodenticiden door particulieren. Rodenticiden zijn immers, contradictorisch genoeg, nog altijd verkrijgbaar in de handel, maar dan met een verminderd percentage of een verminderde hoeveelheid actieve stof. Als je die gebruikt, verhoogt de kans op resistentie. Dat zou er dus mee te maken kunnen hebben. Dat is zeker een uitdaging.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Die rodenticiden die in het verdomhoekje zitten — corrigeer me als ik verkeerd ben — komen eigenlijk overgewaaid vanuit Nederland, waar men al veel vroeger met wetgeving kwam om geen tox-middelen meer te gebruiken. Als je nu kijkt naar wat in Nederland gangbaar is, zie je die evoluties dan ook naar ons land overwaaien?
Erwin Callebaut (Ecob): Dat zal gebeuren. Er zijn ook initiatieven om die wetgeving — over het gebruik en het toelaten van biociden — op Europees niveau te bepalen. Dat zou mooi zijn, en inderdaad zeer goed, want nu is dat nog per land apart.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Even tussen haakjes: ik weet niet hoe het in Frankrijk zit. Zij staan niet op dezelfde lijn...
Erwin Callebaut (Ecob): Nederland kijkt eigenlijk meer naar Scandinavië, wij kijken iets meer naar Frankrijk. Dat is wel een verschil in mentaliteit. Vandaar ook dat Nederland op dat vlak verder staat — maar er zijn daar ook meer problemen met knaagdieren. Wij kijken gelukkig naar een zuiderland, of toch meer naar het zuiden, waar men iets creatiever omgaat met de problematiek van ratten, muizen enzovoort. Uiteraard binnen de wettelijke bepalingen, maar die zijn daar toch nog wat ruimer dan bijvoorbeeld in Nederland.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Zijn ze in Scandinavië dan nog strenger?
Erwin Callebaut (Ecob): Dat weet ik niet direct; ik heb geen kennis van de wetgeving daar. Maar ik veronderstel dat die minstens even streng is als in Nederland. In Nederland is er bijvoorbeeld ook een zeer intense controle op het gebruik van rodenticiden. Door de overheid? Ja, door de overheid. Bedrijven die zich daar niet aan houden en de regels overtreden, krijgen echt heel zware boetes — plus ook de klant waar het gebeurt. Dat is totaal anders dan hier; bij ons is dat tot nu toe veel minder. Maar goed, het centrale punt blijft dat die ratten en muizen er ook niet mogen zijn. Het alternatief is dan inderdaad non-tox werken, maar dat is veel arbeidsintensiever en vraagt uiteraard ook veel meer budget. Dat is een vraagstuk dat ooit opgelost zal moeten geraken. Dat is een beetje het verschil.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Ook in de normen, zoals BRC en IFS, zien we een verschuiving ten opzichte van hoe het pakweg 10 jaar geleden beschreven stond, richting wat men pest management noemt. BRC sprak vroeger van pest control, nu spreekt men van pest management: het preventief weren van ongedierte. Dat is een mooi principe, maar de praktijk — de bottom line — is dat die ratten en muizen er niet mogen zijn. Ik hoor graag eens uw mening over die preventieve benadering.
Erwin Callebaut (Ecob): De preventieve benadering is natuurlijk de allereerste line of defense. Wat wordt daarmee bedoeld? Preventieve acties die de aanwezigheid van ongedierte, in de breedste zin van het woord, zoveel mogelijk tegenhouden. Voor knaagdieren bijvoorbeeld: poorten en deuren sluiten, afvalbeheer uitvoeren, groenzones onderhouden enzovoort. Dat is eigenlijk het eerste: de omgeving minder aantrekkelijk maken voor knaagdieren. Het tweede is dat de knaagdieren die er tóch doorheen infiltreren, bestreden moeten worden — met rodenticiden of met non-tox. Maar neem bijvoorbeeld het centrum van Leuven, dat is de laatste maanden een paar keer in de pers geweest omdat het vergeven is van de muizen. Hoe je daar aan preventieve beheersing moet doen, ik heb geen enkel idee; dat is daar gewoon onbegonnen werk. Daar moet je eigenlijk eerst die populaties onder controle krijgen door massaal rodenticiden in te zetten, en pas in tweede instantie de preventieve acties uitvoeren in de mate dat het mogelijk is. Want je hebt daar verschillende eigenaars, zaken en bewoners, en dat moet allemaal samenwerken. Voor bedrijven — aparte entiteiten — gaat dat. Voor stadskernen of scholen is dat veel moeilijker. Het is natuurlijk evident dat vuilbakken gesloten moeten zijn; dat is de basis en dat gaat zeker helpen.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Dus jullie worden ook ingezet door stadsbesturen en scholen?
Erwin Callebaut (Ecob): Stadsbesturen minder, scholen wel. Bij stadsbesturen verloopt dat meestal via aanbestedingen. Scholen en dergelijke kunnen dat ofwel rechtstreeks regelen, ofwel eventueel via een algemene prijsafspraak.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Jullie zitten bijvoorbeeld ook in de farma, denk ik? Schets eens voor onze luisteraars het verschil in aanpak tussen de farma en de food.
Erwin Callebaut (Ecob): Voor ons, naar pestcontrole toe, is er eigenlijk niet zo heel veel verschil, omdat de normen in beide takken zeer hoog liggen. Het systeem dat wij toepassen voor het veldwerk en de rapportering kun je eigenlijk voor elk type klant gebruiken; het is zo uitgebreid dat het er gewoon op aankomt de juiste parameters aan of af te vinken. Weten we dus dat bij een farmaceutisch bedrijf het aantal behandelingen wordt opgetrokken, dan brengen wij dat gewoon via die rapportering in orde. De klant krijgt dan zijn behandelingsrapporten. Om terug te keren op de audits: dat is daar zeer belangrijk, en bij farmaceutische bedrijven ook naar contaminatie van hun producten toe. Dat is nog iets anders dan de voedingsindustrie, maar puur naar ons toe zit dat min of meer op hetzelfde niveau.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Wat is de meest bizarre vraag of situatie die je bij een klant al bent tegengekomen? Je wordt meestal gecontacteerd als het water aan de lippen staat.
Erwin Callebaut (Ecob): De meest rare vraag die we ooit hadden was een schorpioen, die men ergens gezien had — ik meen in een refter. We hebben ook al kikkers gehad die binnen zaten, en vogels die in een cinemazaal rondvlogen. Vraag me niet hoe ze daar binnen geraken, maar dat hebben we dus ook al moeten oplossen: twee mussen die ergens in een cinemazaal zaten. Dat soort zaken komt niet zo heel veel voor.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Een vleermuis die ergens in een voedingsmagazijn binnengeraakt, dat is ook geen simpele.
Erwin Callebaut (Ecob): Dat is geen simpele, want vleermuizen zijn beschermd. Die moeten eigenlijk verjaagd worden, of je kunt contact opnemen met Natuurpunt in Mechelen. Zij kunnen dan concreet advies geven over hoe je die vleermuis zo snel mogelijk uit je productie of gebouw krijgt.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Een nuttige tip voor onze luisteraar, denk ik. Wat zijn de grootste uitdagingen die jullie technieker in de field tegenkomt bij het uitoefenen van zijn job?
Erwin Callebaut (Ecob): De grootste uitdaging is dat er ook medewerking van de klant moet zijn. Pestcontrole wordt uiteraard door ons uitgevoerd, maar preventie en de aanbevelingen die we doen, dat komt van twee kanten. Pestcontrole gebeurt door twee partijen: wij die de preventie of bestrijding uitvoeren, en de klant die de aanbevelingen opvolgt. Dat is soms wel een uitdaging. Nu, ik begrijp dat ook: een kwaliteitsmanager of een facility manager heeft ook heel wat andere zorgen en taken. Maar uiteindelijk is het wel belangrijk dat die twee zaken samenlopen, want anders zit je altijd met één factor — bijvoorbeeld preventie die niet optimaal loopt — waardoor er toch nog muizen of dergelijke zijn, of besmette goederen binnengebracht worden. Ik herinner me een geval bij een groot voedingsbedrijf: daar waren nooddeuren die in principe niet open mogen, maar die iedere keer openstonden. Daar is een aanbeveling voor gemaakt, en de klant had dat goed opgevolgd — grote panelen op die deuren gehangen, "niet openen wegens ongedierte", met wat foto's erbij. De volgende keer dat de technieker langsging, je raadt het nooit, stonden die deuren wijd open. Dat zijn zo van die dingen; het is ook iets menselijks, maar het bemoeilijkt het werk natuurlijk, want zolang die deuren openstaan, kunnen er vliegen enzovoort infiltreren.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Zeker en vast. Iets totaal anders misschien, maar dat interesseert me altijd: nieuwe technieken en dergelijke. Je kunt het internet niet meer openslaan of je wordt om de oren geslagen met AI. AI sluipt overal binnen. Dan denk ik bij mezelf: sluipt dat ook bij jullie binnen? Zie je daar bepaalde evoluties, dat we meer gaan kunnen voorspellen waar kritische plaatsen voor ongedierte kunnen zitten — waar we verwachten dat we tegen het einde van het jaar in een klimatologische toestand zitten waarin we al preventief zwaarder kunnen inzetten?
Erwin Callebaut (Ecob): Ik denk sowieso dat elektronica — ik noem het even algemeen zo — de komende jaren nog veel meer haar intrede gaat doen. Dat is nu al het geval. Er zijn draadloze sensoren, draadloos geconnecteerde inloopvallen voor muizen enzovoort; dat bestaat allemaal al. Maar dat staat volgens mij nog in een primair stadium: die connecties zijn nog niet altijd stabiel en de manier van vangen is ook nog niet volledig oké. Toch is dat de toekomst. Ik denk echt dat we binnen bijvoorbeeld vijf jaar van de huidige servicecontracten — met een technieker die zoveel keer per jaar langskomt — meer gaan evolueren naar ad-hocbehandelingen. Wat bedoel ik daarmee? Dat het bedrijf of de klant volledig uitgerust is met sensoren, detectoren, inloopvallen enzovoort van de nieuwste generatie, die alles monitoren en doorgeven aan een centrale server. Dat centrale punt capteert dat en genereert dan als het ware een planning: bij die klant en die klant zijn er kakkerlakken opgemerkt, is er een muis opgemerkt, dus daar moet actie ondernomen worden. Zo wordt dat veel meer geautomatiseerd. Daaraan gekoppeld — en daar zijn wij trouwens ook al mee bezig — is voor voedings- en farmaceutische bedrijven de telling en determinatie van vliegende insecten: het bepalen van de lijmplaten van de vliegenvangers. Dat is belangrijk, want dan weten we welk soort vliegen er zit en welke trends er zijn. Het gaat mogelijk worden — men is daar nu al mee bezig — om daar bijvoorbeeld slimme camera's op te zetten die die vliegen tellen en ook herkennen.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Maar bestaan die dingen al? Of is dat een mooie droom?
Erwin Callebaut (Ecob): Dat bestaat nog niet volledig operationeel op dit ogenblik, maar het komt eraan. En dat is natuurlijk schitterend, Alexander: je hebt dan een camera die daarop staat, en stel dat er motvliegjes op gedetecteerd worden. Het systeem herkent dat: dat zijn motvliegjes, die leven in septische putten en rioleringssystemen. Bij een farmaceutisch bedrijf moet dat onmiddellijk gemeld worden, want die brengen micro-organismen over. In EFK 15 hebben we vijf motvliegjes ontdekt — oké, daar moet nu voor behandeld worden. Zo kun je dat op een veel permanentere basis doen, en het systeem geeft dat dan ook door. Een kanttekening daarbij is wel — en dat is mijn persoonlijke mening — dat we moeten vermijden dat een heel voedingsbedrijf enkel en alleen door die elektronische detectoren gecontroleerd wordt. Want die detectoren zien of voelen maar een bepaalde locatie. Neem een industriële bakkerij met tien draadloos geconnecteerde muizenposten, maar waar van de dagproductie toch resten liggen, deeg of kruimels. Ja, waar gaat die muis naartoe? Naar de val die draadloos geconnecteerd is, of naar die kruimels? Waarschijnlijk naar die kruimels. Dus het zal, denk ik persoonlijk, toch nog altijd nodig zijn dat we — al was het maar een paar keer per jaar — weten wat de reële situatie in dat bedrijf is. Dat is wel een belangrijke kanttekening. Maar sowieso denk ik dat we binnen 2 à 4 jaar die richting uit zullen gaan.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Klinkt boeiend. Absoluut. Een van de vragen die ik had voorbereid, was ook: hoe vind jij nog mensen om in de field te gaan? Al hoor ik je nu zeggen dat je er in de toekomst minder nodig zult hebben.
Erwin Callebaut (Ecob): Ja, maar goed, je gaat nog altijd mensen nodig hebben voor noodinterventies enzovoort. Dat wordt moeilijker, dat is gewoon de realiteit. Het is een hele leuke, heel gevarieerde job: je komt in contact met verschillende mensen en je kunt die bedrijven uiteindelijk ook helpen. En toch is het niet evident om nieuwe mensen of techniekers te vinden. Als we iemand zoeken of er is een vacature, kijken we altijd op meerdere platforms en werken we met meerdere interimbureaus. De krachten worden wel goed verdeeld, maar het is geen evidentie meer.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Zoals overal in de foodsector natuurlijk.
Erwin Callebaut (Ecob): Het is natuurlijk ook een functie die een bepaalde creativiteit vraagt. Je moet thuis zijn in verschillende markten, je moet de administratie kennen, je moet prioriteiten kunnen stellen. Het is denk ik de combinatie van die verschillende elementen die het soms wat moeilijk maakt.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Ik denk persoonlijk dat wat een goede ongediertebestrijder maakt, is dat hij ook durft tegen een klant te zeggen dat het niet goed is: "Ik heb dit vastgesteld." Te vaak zie ik nog bij een bedrijf dat de ongediertebestrijder langs is geweest, maar zich precies niet heeft afgemeld — "we zullen het rapport wel eens krijgen". Terwijl dat net de meerwaarde van die man of vrouw is: komen zeggen dat het nu al de zoveelste keer op rij is dat die deur openstaat.
Erwin Callebaut (Ecob): Klopt, klopt.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Of dat ik daar iets heb gezien dat ik extra moest behandelen.
Erwin Callebaut (Ecob): Dat wordt ook vermeld in de werkbonnen: de aanbevelingen en preventieve acties. Het is inderdaad de bedoeling dat op het einde van elke behandeling nog eens gebrieft wordt aan de kwaliteitsverantwoordelijke, en dat de technieker zegt: "Oké, ik heb mijn ronde gedaan, alles was in orde, maar die deur — je weet wel, die deur — stond weer open." Dat staat dan ook nog eens in het rapport. Het is geen evidentie om nieuwe mensen te vinden; we vinden er nog altijd, en daar zitten ook heel goede en gemotiveerde mensen bij, maar er moet veel intensiever gezocht worden dan vroeger. Dat is wel een verschil.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Misschien nog kort een vraagje over de gevreesde supervisiebezoeken. BRC, IFS en FSSC 22000 vragen allemaal, naast de routinebezoeken, nog één keer per jaar zo'n bezoek. De ene noemt het een indiepteonderzoek, de andere een supervisiebezoek. Kun je voor onze luisteraar toelichten wat jullie daar dan juist doen?
Erwin Callebaut (Ecob): Dat is een extra bezoek, een extra inspectie, die niet uitgevoerd wordt door de reguliere techniekers, maar door iemand anders die ook een opleiding gekregen heeft om inspecties en audits uit te voeren. Wat doet die persoon? Heel eenvoudig gezegd bezoekt hij het hele bedrijf en kijkt alles na wat invloed kan hebben op de aanwezigheid van ongedierte. Dat is heel breed: de buitenzone, de binnenzone, deuren, openingen die niet goed of net wel goed uitgevoerd zijn — dat wordt ook gemeld. Maar daarnaast ook de pestcontrole zelf: is alles goed uitgezet, genummerd en gerapporteerd? Plus de rapporten zelf: zijn die volledig ingevuld, zijn de aanbevelingen opgevolgd, zitten er foto's bij? Het is dus een extra controle door iemand die ook niet "getrouwd" is met het bedrijf.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Ja, die onafhankelijkheid is zeer belangrijk, om met een frisse blik te kunnen kijken.
Erwin Callebaut (Ecob): Precies, iemand die alles inspecteert naar factoren die invloed kunnen hebben op de aanwezigheid van ongedierte.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Duidelijk. Goed. Erwin, ik heb weer veel bijgeleerd.
Erwin Callebaut (Ecob): Heel graag gedaan, Alexander.
Alexander Platteeuw (A+ Quality): Ongedierte houdt nog altijd wel geheimen, natuurlijk, maar toch alweer wat minder. Dankjewel voor dit gesprek.
Erwin Callebaut (Ecob): Heel graag gedaan, geen enkel probleem.
