Voedselveiligheidscultuur in de praktijk: een recall als leerschool

Op 15 augustus 2024 viel de koeling van een geladen vrachtwagen stil, faalde ook de temperatuuralarmering en vertrok de chauffeur toch, met een volledige recall tot gevolg. Lieselotte Waterschoot, quality manager bij vleeswarenproducent Charles, vertelt hoe dat incident hun voedselveiligheidscultuur hertekende en hoe ze met een ERP-systeem, audits en validatie het niveau het hele jaar door hoog houdt.

Juni 2025 – 40 min – Seizoen 1, aflevering 10

Wie is Lieselotte Waterschoot, QA manager bij Charles Vleeswaren?

  • Lieselotte Waterschoot, quality- en food safety manager bij vleeswarenproducent Charles (het vroegere Cock’s Vleeswaren) in Sint-Niklaas, waar ze intussen zo’n acht jaar werkt: gestart als assistente op de kwaliteitsdienst, sinds 2018 quality manager.
  • Bachelor agro- en biotechnologie, daarna master biowetenschappen met afstudeerrichting levensmiddelentechnologie aan de KU Leuven.
  • Ze stuurt een kwaliteitsteam van zeven mensen plus een quasi-fulltime consultant aan, over vier productiegebouwen en twee distributievestigingen (Sint-Niklaas en Wommelgem) heen.

Welke onderwerpen komen aan bod?

  • Het temperatuurincident en de recall: defecte elektromotor, falende back-up en monitoring, 37,5 °C in de laadruimte, de chauffeur die toch uitrijdt.
  • Procesbeheersing en audits: scheiding van productgroepen over vier gebouwen, ERP-implementatie met blokkerende CCP’s en validatiewerk, aangekondigde versus onaangekondigde IFS-audits en het jaar rond op constant niveau blijven.
  • De omgeving rond de kwaliteitsdienst: engagement van de familiale directie, vijftien à twintig FAVV-controles per jaar, en de krapte aan QA-profielen.

En zoveel meer!

Waarom zou ik luisteren?

  • Een zeldzaam open reconstructie van een échte recall: wat er technisch én menselijk misging en welke veranderingen daar concreet uit voortkwamen.
  • Herkenbaar voor elke QA’er die te veel ballen in de lucht houdt: prioriteren op risico, nee durven zeggen tegen sales, en directie meekrijgen in de kwaliteitsplanning.
  • Praktijkinzicht in wat digitalisering écht oplevert: blokkerende CCP’s, verplichte scanning, en de weerstand van operatoren die na een jaar omslaat in bijval.

Introductie

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Mijn gast van vandaag behaalde eerst een bachelor agro- en biotechnologie. Nadien bleef ze wat op haar honger zitten en koos ze ervoor zich verder te verdiepen in de voedingsindustrie via een master in de biowetenschappen, met afstudeerrichting levensmiddelentechnologie aan de KU Leuven. Op het einde van die rit was er het eindexamen: je bent een startende ondernemer en je wil spaghetti produceren — wat heb je daarvoor nodig en hoe ga je dat proces managen? Waarna de vonk definitief oversloeg.

Ze ging vervolgens aan de slag bij haar huidige werkgever, de Waaslandse vleeswarenproducent Charles, vroeger bekend als Koksvleeswaren. Ze begon er als assistente op de kwaliteitsdienst om in 2018 de fakkel over te nemen als quality manager. En zo mag ik haar sinds enkele jaren tot een van mijn vaste klanten rekenen: de dame die ervoor zorgt dat het sneetje kookham op onze boterham, maar evengoed de droge worst, de vol-au-vent of de surimisalade elke dag voedselveilig de deur uitgaat. Welkom, Lieselotte Waterschoot.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Dank je wel, Alexander.

Een gemiddelde dag als quality- en food safety-manager

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Lieselotte, schets eens een gemiddelde dag op het werk als quality- en food safety-manager.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Binnen de kwaliteitsdienst is het wel geweten dat een dag nooit dezelfde is en dat je die heel moeilijk op voorhand kunt plannen. Meestal kom ik toe en is er een kort overleg met de collega’s, omdat zij vooral het operationele op zich nemen. Zijn er problemen in de productie of in de distributieomgeving, dan bepaalt dat onze dag: dan gaan we mee ondersteunen om alles op te lossen, wat analyses doen, om de juiste beslissingen te kunnen nemen.

Voor de rest probeer ik vooral strategische projecten te doen. Dat is op dit moment een hele grote hap uit mijn tijd: de implementatie van ons ERP-systeem. Verder zijn we ook nog bezig met nieuwe software waarin we onze eindproductspecificaties en etikettering gaan opzetten, en de opvolging van certificaten, specificaties, grondstoffen en leveranciers.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Veel ballen om in de lucht te houden.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Inderdaad, en het is moeilijk om de balans te vinden tussen die verschillende projecten. Als kwaliteitsverantwoordelijke heb je natuurlijk ook een heel team, dus daar komt ook nog wat people management bij.

Het team en de kwaliteitsdienst

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Misschien even schetsen wie er in je team zit, in de kwaliteitsdienst?

Lieselotte Waterschoot, Charles:

We zijn op dit moment met zeven personen, plus een consultant die zo goed als fulltime in dienst is.

Meerdere gebouwen, één site

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dat is al een hele boterham. Jullie hebben als bedrijf ook een enorme portfolio aan producten: van gerookte tot gefermenteerde tot gekookte vleeswaren. Daarnaast ook de vleesbereidingen, Américain préparé, smeersalades en dan nog eens bereide maaltijden. Hoe spelen jullie het in godsnaam klaar om al die productgroepen van elkaar gescheiden te houden en de contaminatie zoveel mogelijk te beperken?

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ik begrijp de vraag volledig. Wij zitten met verschillende gebouwen. Het bedrijf is ooit gestart vanwege de bekendheid van de kookhammen — begonnen bij een slagerij, en dan uitgegroeid tot een productiebedrijf dat enkel kookhammen produceerde. Op die manier is dat verder blijven groeien en zijn er andere producten bijgekomen.

Vandaag hebben we een gebouw waar alles van de vleesproducten geproduceerd én verpakt wordt: kookhammen, versneden vleeswaren, gezouten waren. Dan een apart gebouw waar alle bereide gerechten, de smeersalades en de vleesbereidingen worden geproduceerd, dus volledig gescheiden. Nog een apart gebouw voor de gefermenteerde producten, de gekende salami. En dan een laatste productiegebouw waar de charcuterie versneden wordt in consumentenverpakkingen. Dat maakt het natuurlijk makkelijker, omdat je fysiek gescheiden locaties hebt om die processen van elkaar te scheiden.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Gescheiden locaties, maar allemaal op één site.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Allemaal op één site, inderdaad. De productiegebouwen liggen allemaal in Sint-Niklaas, aan de ene kant van de straat. Aan de andere kant hebben we onze distributievestiging, waarbij de producten van onze eigen productie via een automatische, gekoelde brug de straat oversteken en in het magazijn terechtkomen. Vandaar worden ze getransporteerd richting de klant, of naar onze vestiging in Wommelgem, waar ook nog een distributiepunt zit.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

En jij overkoepelt al die activiteiten als kwaliteitsmanager.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ja, met de kwaliteitsdienst beheren wij alle processen.

Het temperatuurincident van 15 augustus

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Vorig jaar, in 2024, zijn jullie rond 15 augustus geconfronteerd met een zeer spijtig voorval — Murphy was toen duidelijk aanwezig. Ik ken het verhaal, maar kun je voor de luisteraars schetsen wat er gebeurd is, en wat jullie daarmee gedaan hebben?

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ja, ik zal het schetsen. Rond 15 augustus, de feestdag, proberen we altijd te vermijden dat mensen moeten werken. Dus de dag daarvoor, de 14e, zijn alle vrachtwagens geladen. Die worden opzijgezet, gekoeld en aangesloten op het net, zodat ze op 16 augustus met de chauffeur richting de klant kunnen vertrekken. Maar op die 15e augustus is het misgelopen.

Bij een van de vrachtwagens is de elektromotor kapotgevallen. Er zit een beveiliging op waardoor hij zou moeten omschakelen naar de dieselmotor, maar dat heeft gemankeerd — een technisch defect. Bijgevolg is de temperatuur in die laadruimte hoog opgelopen.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

15 augustus was het lekker warm.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Zeer warme dagen, inderdaad. Zo’n laadruimte heeft niet veel nodig; dat loopt heel snel op. We hebben daar een maximumtemperatuur van 37,5 graden bereikt. Daar moeten we ons geen tekening bij maken.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Voor producten die bij maximaal 7 graden bewaard moeten worden.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Max 4, max 7, inderdaad. Allerhande artikelen die klaarstonden om naar de klant te gaan. Dan is er natuurlijk ook ons temperatuurmonitoringssysteem op de vrachtwagens, met alarmering en dergelijke — maar ook dat heeft gefaald. We hebben daar geen alarm van gekregen; niemand was op de hoogte dat dat aan het gebeuren was in die vrachtwagen.

De volgende dag kwam de chauffeur toe en stond hij klaar om uit te rijden. Hij zag in de cabine op het display dat de temperatuur nog steeds boven de 30 graden was, maar hij was zich van geen kwaad bewust. De reden gaan we niet verder uitdiepen, maar in ieder geval besliste die persoon toch te vertrekken richting de klant, en hij leverde alle goederen uit. Bij terugkomst op de firma zei hij tegen zijn verantwoordelijke dat ze wel geluk gehad hadden: “die temperatuur was best wel hoog toen ik vertrok, maar geen stress, alle producten zijn uitgeleverd”.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Geen stress.

De recall en de nasleep

Lieselotte Waterschoot, Charles:

En dan is de bal aan het rollen gegaan: recall, met alles erop en eraan, media… Het hele crisisgebeuren is toen geactiveerd. Er is een gigantisch dossier geweest waar heel veel mensen met man en macht fulltime mee bezig geweest zijn, gedurende een aantal weken. En zelfs vandaag loopt de verzekeringskwestie nog steeds.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Het was flink wat werk aan de winkel. Behoorlijk omvangrijk.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Naast de schade aan de goederen heeft dat ook nog wat meer financiële impact gehad. Maar het belangrijkste is vooral wat we eruit leren. Ik denk dat dit een heel mooi voorbeeld is dat kadert binnen die voedselveiligheidscultuur: als het misloopt, ben je echt afhankelijk van wat de mensen in zo’n situatie doen, hoe ze handelen en zich gedragen. Jammer dat het zo heeft moeten lopen, maar voor ons is het wel een heel goede leerschool geweest — door dat incident zijn er al heel wat zaken veranderd.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

En ook een beetje de bedenking van: we hebben systemen, we gaan ervan uit dat die werken, maar dan komt Murphy en blijkt alarm na alarm niet te werken.

Technisch mankement of menselijke fout?

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Na die technische mankementen bleek dat de vrachtwagen in onderhoud was geweest in de garage; er waren werken gebeurd aan de koeling of dergelijke. Daarbij bleek dat het systeem losgekoppeld was van onze monitoring, zonder grondige controle. En dan is het snel gebeurd, natuurlijk.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Ja, dat zet je wel tot nadenken. En de chauffeur in kwestie zal zich dat ook zijn leven lang herinneren, hoop ik.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Dat zal hem bijblijven, en niet alleen die chauffeur.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

We kunnen er wel eens mee lachen, maar het is niet om te lachen. Temperatuur is bij jullie duidelijk een niet te onderschatten factor in de procesbeheersing en de beheersing van de voedselveiligheid. Ik merk dat ook als ik over temperatuur opleiding geef: operatoren op de werkvloer hebben niet allemaal een hoog diploma. Heb jij het gevoel dat operatoren op de werkvloer altijd voldoende bewust zijn van die risicofactor — dat ze het belang begrijpen van “oei, dit is hier een halve graad boven het voorschrift, dat is wel belangrijk”?

Opleiding als antwoord op de crisis

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Wij hebben ons opleidingsplan, zowel voor de productieoperatoren als voor de mensen bij distributie, inclusief de chauffeurs, en daar is temperatuur overal even belangrijk. We zetten daar heel hard op in, en dat doen we al jaren. Alleen ervaren we wel dat het bij de productieoperatoren net iets meer ingeburgerd zit, al iets meer in het DNA is opgenomen, dan bij de mensen bij distributie. Die redeneren eerder: alles is verpakt, we zitten niet in een productieproces, de risico’s zijn van een andere orde. Daar hebben we dus nog wat werk aan, en daar draait de voedselveiligheidscultuur rond; daar zetten we heel hard op in. Zulke incidenten zijn dan wel soms goed om iedereen nog eens wakker te schudden en te duiden dat, als er niet correct gehandeld wordt, de gevolgen immens zijn.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Never waste a good crisis, jammer genoeg. Maar als ze zich dat herinneren, zijn ze al een stap in de goede richting. Zie jij, algemeen — temperaturen of niet — heil in meer automatisering of robotisering op de werkvloer, om de voedselveiligheid nog beter te borgen?

Digitaliseren via het ERP-systeem

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Zeker. Sinds enkele jaren hebben we de beslissing genomen om onze productieomgeving om te schakelen naar een digitaal ERP-systeem. We zijn daar al een hele tijd mee bezig en we merken dat dat heel wat voordelen oplevert. Je kunt heel veel parameters vastleggen in het systeem, waardoor de operatoren meer houvast hebben terwijl ze bezig zijn in hun proces; dat maakt het allemaal wat makkelijker te beheersen en geeft meer controle.

Waar we vroeger op papier werkten — het recept op papier, met de lijst van benodigde grondstoffen die ze toevoegden en aanduidden — moeten ze nu scannen. Scannen ze de verkeerde zak of het verkeerde artikel, dan blokkeert het systeem onmiddellijk. Dat helpt die mensen ook, want ze krijgen een melding: let op, verkeerde grondstof gescand, of het voldoet niet aan de gestelde eisen. Ook voor de CCP’s werkt het systeem blokkerend: je zit echt vast en kunt niet verder in het proces. Er moet eerst een supervisor bijkomen om een controle uit te voeren of een extra actie te ondernemen, voor je het proces weer vrijgeeft. We merken daar dus zeker veel voordeel van.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

We zitten op dezelfde golflengte, want ik ben daar ook een grote voorstander van. Je kunt triggers inbouwen die anders soms te veel op kennis en ervaring steunen. Mensen passen de juiste procedure toe, en iedereen zegt achteraf dat ze de procedure toegepast hebben…

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Tot nadien blijkt.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Voilà. “Heb je dat genoteerd?” “Nee, dat hebben we niet genoteerd.” Met zo’n systeem, als je een verplichte registratie invoert, kun je er niet omheen.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Iemand die het proces niet kent, kan perfect aan de hand van het ERP-systeem de gewenste handelingen uitvoeren. Ik moet wel zeggen: de operatoren zelf stonden er in het begin nogal negatief tegenover, maar…

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Klassiek.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ze zijn ondertussen ook gedraaid. Ze zeiden dat het meer tijd kost, dat ze er langer mee bezig zijn, meer handelingen moeten doen en telkens moeten terugkeren om zaken aan te duiden. Maar nu, na ongeveer een jaar, zeggen ze dat het hen wel helpt en dat het toch zijn voordelen heeft. Ze beginnen het te zien, en we krijgen ze ervan overtuigd. Dat is belangrijk, want als je de mensen niet mee hebt, geraak je er ook niet.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Hoe mooi je systeem ook mag zijn. Zie je ook al een daling in de fouten?

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Een daling door de invoering van dat systeem? Zover zijn we nog niet — we zijn nog volop bezig met de implementatie. Ik heb net alle productiegebouwen en processen benoemd, dus we hebben nog even te gaan. Een proces van lange adem.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dat gezegd zijnde: al je productgroepen, je verschillende gebouwen, meerdere locaties — Sint-Niklaas en Wommelgem — maken natuurlijk dat jullie geconfronteerd worden met, laat ons het mooi uitdrukken, een brede waaier aan audits: IFS-audits, autocontrole-audits, noem maar op. Hoe wordt bij jullie de periode rond die audits beleefd? De meeste bedrijven hebben dan een wat hoger stressniveau, en er is ook het gegeven van de onaangekondigde audits. Hoe ervaar je dat bij Charles?

Onaangekondigde audits: nog niet aan de orde

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Bij ons zitten we nog niet in het regime van de onaangekondigde audits. Sowieso hebben we één keer op de drie jaar voor IFS een onaangekondigde audit, omdat dat vereist is, dus die doen we zeker. Maar voor de rest zijn het nog aangekondigde audits, omdat wij vinden dat we er nog niet klaar voor zijn om het onaangekondigd goed te doorstaan.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Elk jaar dus?

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ja. Onze infrastructuur en de implementatie van ons ERP-systeem — er zijn nog een aantal zaken die we eerst willen aanpakken en waar we nu mee bezig zijn om ons klaar te stomen voor de onaangekondigde audits. Dat maakt dat we op voorhand weten wanneer onze audits plaatsvinden. En toch is dat nog altijd een iets stressvollere situatie: mensen beginnen plots meer oog te hebben voor “oei, mag dit wel? Ben ik hier goed bezig? Is dit correct? Moet dat niet nog aangepast worden?” Er komen dan meer vragen naar boven.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Op zich is dat voor jullie wel plezant, dat je ziet dat mensen ermee bezig zijn, dat ze zich vragen stellen.

Wanneer sensibilisering overdreven wordt

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Op zich wel, maar ze beginnen soms dingen in vraag te stellen die volledig correct zijn, waar niets mis mee is.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dan een stukje overdreven.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

In die aanloop naar de audits, ja — “mag dat wel, ben ik hier wel correct?” — dus inderdaad soms wat overdreven. Maar goed, je hebt ze mee. Het feit dat ze zich die vragen stellen, dat ze in die voorbereiding daarmee bezig zijn, is al een belangrijk gegeven.

Het blijft dus een stressvollere periode, maar zoals gezegd zijn we al een aantal jaar bezig met de voorbereiding om naar die onaangekondigde audits toe te leven, en daarin zien we een gunstig effect. Waar we vroeger zeiden “oké, nu starten we de voorbereiding naar een audit”, is dat de afgelopen jaren niet meer het geval: we proberen dat niveau nu het hele jaar hoog en zo constant mogelijk te houden. Vroeger werkten we naar die audit toe, de audit was geweest, je zat op een hoogtepunt, en kort daarna viel de stress van de ketel en zakte je weer wat in niveau.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Meer de routinemodus. Dat is een klassiek gegeven.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Dat proberen we te vermijden, om het toch op een constant niveau te houden. En dat zien we nu wel: daar ervaren we een positief effect van.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Want dat is niet alleen jij die op tafel zit te kloppen…

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Nee, het gaat erom de mensen zoveel mogelijk bij de processen te betrekken, gedurende het hele jaar. Het hele jaar door controles uitvoeren op hetzelfde niveau en daar een constante in krijgen. Dus dat constante niveau proberen we ook doorheen het jaar in al onze activiteiten in te bouwen: controlefrequenties vastleggen, overlegmomenten met leveranciers niet één keer per jaar maar op een aantal vaste momenten, en dergelijke, zodat je op elk moment dat niveau kunt behalen.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Iedereen wakker houden. Een van de niet te onderschatten stakeholders in jullie bedrijf is natuurlijk ook de familie. Jullie zijn een familiebedrijf — vader en dochter runnen de keet. Hoe zit het met hun commitment? Want food safety culture, je hebt het al aangehaald, begint bij de top.

De rol van directie en aandeelhouders

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ik kan zeggen dat Marc en Stéphanie nauw betrokken zijn bij de processen. We hebben een heel vlakke bedrijfsstructuur, hele korte communicatielijnen. Stéphanie is dagelijks aanwezig, dus zij neemt ook deel aan heel wat operationele zaken…

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Stéphanie is de CEO?

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ja. Ze neemt deel aan heel wat operationele processen, stuurt de marketing aan, is lid van het team productontwikkeling en organiseert salesmeetings. Ze is dus op verschillende niveaus heel nauw betrokken. Marc is iets minder fysiek aanwezig, maar evengoed nauw betrokken: bij product- of proceswijzigingen is hij altijd aanwezig bij de degustaties, en zijn oordeel geeft vaak de doorslag…

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

…of het al dan niet doorgaat.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Inderdaad. Op dat vlak zijn ze daar zeker mee bezig, en productkwaliteit en -veiligheid is iets wat ze heel hoog in het vaandel dragen.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Mooi om te horen. Charles is een bedrijf dat gegroeid is, zoals je zei, van een vleesproducent, de kookhamproducent, naar vandaag een onvoorstelbaar gamma: van een tapasschaal tot een salami tot een voorverpakte spaghetti bolognese. Dat maakt natuurlijk dat je, waar je vroeger als leverancier vooral het slachthuis en de uitsnijderij had, nu met andere spelers en met spelers uit andere sectoren binnen de food te maken hebt. Zie je, als het aankomt op food safety, verschillen in de garanties van dat verschillende allooi van leveranciers — slachthuis en uitsnijderij versus een ready-to-eat-producent?

Groei van vleeswaren naar een breder aanbod

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ik kan zeggen dat dat op het vlak van grondstoffen weinig verschil geeft. Onze grondstoffenleveranciers zijn vaak de grotere, bekende bedrijven die in deze sector actief zijn, en de meeste daarvan zijn wel gecertificeerd. Vergelijk ik de grondstoffenleveranciers met de leveranciers van onze handelsartikelen, die het assortiment bepalen, dan merken we daar wel een verschil. Bij ons groothandelsassortiment streven we naar een heel uitgebreid aanbod, zoals je zei: van een tapasplank tot drankjes…

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Pannenkoeken zitten er ook tussen.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Pannenkoeken, desserten — zoveel mogelijk proberen aanbieden, zodat de klant alles bij ons kan kopen. Dan zien we wel dat we naar lokale leveranciers gaan om dat lokale, dat ambachtelijke in het assortiment te kunnen steken, en daar is die certificatie niet altijd aanwezig. Die mensen horen het soms in Keulen donderen als je vraagt of ze gecertificeerd zijn en wat ze kunnen voorleggen: “oei, wat voor vragen krijgen wij hier allemaal?”

Zo had ik onlangs nog een discussiepuntje met onze aankoopdienst, die zei dat ze een nieuwe leverancier hadden. Ik vroeg hoe het zat met de certificatie, of dat in orde was. “Die levert aan de grote retailers, dus dat is oké.” Maar toen puntje bij paaltje kwam, bleek die leverancier niet gecertificeerd te zijn en enkel een toelating te hebben voor B2C-detailhandel. Dan zie je wel: die leveranciers evolueren, groeien en verkopen, maar zijn niet altijd mee in het administratieve verhaal dat daarbij komt kijken.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dat toont ook weer hoe belangrijk het is om de aankoopdienst mee te krijgen in het food-safety-culture-verhaal.

De aankoopdienst meekrijgen

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ondanks de sensibilisering zijn dat toch van die kleine triggers waarbij ze ervan uitgaan dat het oké is.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Ja, “dat is een gekende naam, die zullen zeker in orde zijn, want wij mogen aan die leverancier leveren”.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Maar dan zijn wij daar: wacht, eerst het document en dan het “oké”.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dus ook daar krijgen jullie voldoende zeggenschap?

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ja, toch wel.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Je kunt zeggen: wij blokkeren, wij zetten onze voet ervoor. Dat is positief. Je bent gegroeid vanuit dat vleesbedrijf; je hoofdingrediënt is nog altijd vlees, toch in de eigen productieartikelen. Jullie krijgen dus nogal wat FAVV-inspecteurs over de vloer; het Voedselagentschap kent jullie goed, denk ik. Hoeveel bezoeken per jaar krijg je zo? En het tweede deel van de vraag: mocht jij de baas zijn van het FAVV, zou je iets veranderen aan de manier van inspecteren, en zo ja, wat?

Ervaringen met FAVV-inspecteurs

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Goede vraag. Door onze verschillende gebouwen en activiteiten hebben we eigenlijk kleine bedrijfjes die apart geregistreerd zijn, en per bedrijf krijgen we de nodige controles, waardoor er wel een aantal zijn. Een stuk of vijftien à twintig op jaarbasis is zeker niet niks. We hebben de basis, de jaarlijkse inspecties, maar daarnaast, omdat we in de vleesverwerking zitten, ook nog de extra controles die door de veeartsen gedaan worden.

Uit ervaring moet ik zeggen: de inspecties door de inspecteurs worden meestal redelijk deftig en grondig uitgevoerd; die zijn voldoende van niveau. Maar de controles door de veeartsen hebben naar onze mening totaal geen waarde. Die mensen komen langs, we gaan met hen door het proces, ze hebben vaak zelfs geen thermometer of iets bij om te controleren, ze nemen dikwijls geen notities tijdens de rondgang, ze luisteren, stellen geen vragen, en op het einde van de rit maken ze een opmerking — er ligt stof op de kastjes in de kleedkamer, om toch maar een opmerking te hebben. Daar wordt niemand beter van, en dat kan niet de bedoeling zijn van deze controles; het heeft ook totaal geen meerwaarde voor onze voedselveiligheid. Dan verliezen we een beetje de insteek van het controleverhaal van het FAVV. Het is dus een mixed feeling.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Persoonsafhankelijk.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Zeker persoonsafhankelijk. Je ziet dat die inspecteurs van een ander niveau zijn. Hoe de opleidingen binnen het FAVV gebeuren, weet ik niet — daar heb ik geen zicht op — maar je ziet wel een heel groot verschil tussen de mensen die die controles uitvoeren. En bij de veeartsen heb ik soms de indruk dat ze die controles er wat bij nemen, als een mooie bijverdienste, maar dat de inhoud voor hen niet telt. Wij steken er tijd in, zij steken er tijd in, het kost geld, maar eigenlijk levert het geen meerwaarde op. Op dat vlak toch wel de vraag aan het FAVV om dat eens te herbekijken en er op een andere manier mee om te gaan, zodat het voor iedereen iets oplevert.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Ik probeer iemand van het FAVV in mijn podcast te krijgen.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Bij deze is dat dan al een vraag die ik kan voorschotelen.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Om even in die vleessector te blijven: die is vandaag niet altijd even sexy, ook voor nieuwe mensen die een job zoeken. Je zei daarnet al dat jullie een mooi team van zeven mensen hebben binnen kwaliteit — chapeau. Hoe gemakkelijk of moeilijk vind jij nog nieuwe medewerkers voor QA- en QC-jobs? Ik hoor bij veel van mijn klanten toch een enorme klaagzang daarover.

Nieuwe mensen aantrekken in de vleessector

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Klopt, inderdaad, het is heel moeilijk om aan nieuwe mensen te geraken. Een aantal jaren terug zei iemand dat de mensen op de kwaliteitsdiensten een uitstervend ras zijn, en het lijkt echt zo te zijn als je ziet welk aanbod er is aan vacatures. Bedrijven werken met consultants omdat ze zelfs geen vaste mensen in dienst vinden. Nu moet ik zeggen dat het bij ons op zich nog wel meevalt: de vacatures die wij openzetten, raken op een redelijke termijn nog ingevuld. En ons team van zeven mensen zijn allemaal mensen die al een aantal jaren in dienst zijn, dus we zien weinig verloop in onze afdeling. Dat is ook van belangrijke waarde, want hoe meer verloop, hoe minder kennis, en hoe moeilijker het wordt om in die materie te duiken en er sterk in te staan.

We proberen natuurlijk ook altijd contact te houden met bijvoorbeeld de Odisee Hogeschool bij ons in Sint-Niklaas, die de opleiding agro- en biotechnologie, de levensmiddelentechnologie, aanbiedt. Zo organiseren we jaarlijks bedrijfsbezoeken voor de studenten uit die opleiding, waardoor ze het bedrijf en de processen leren kennen en kennismaken met wat er op een kwaliteitsdienst gebeurt: waarmee houden wij ons bezig, wat zijn onze taken, hoe ziet onze dag eruit? Zo proberen we ze wat warm te maken.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Weet men dat voldoende in het onderwijs?

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Als ik uit eigen ervaring spreek: ik ben in die opleiding begonnen vanuit eigen interesse, en ik denk dat er vandaag nog weinig studenten in die sector starten, omdat het heel moeilijk is — je begint die opleiding, maar je ziet niet goed waar je uiteindelijk in het werkveld terechtkomt. Bij kinesitherapie is het duidelijk: oké, ik word kinesist. Maar bij agro-industrie of biowetenschappen kun je zoveel richtingen uit, waardoor het heel moeilijk in te schatten is. En ik hoor ook docenten waar we contact mee houden, bijvoorbeeld het opleidingshoofd, zeggen: “we zitten op social media, we proberen van alles te organiseren om de opleiding in een positief daglicht te zetten en zo aantrekkelijk mogelijk te maken, maar er starten bijna geen studenten in de opleiding — en als je geen studenten hebt, is er ook geen output.”

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Het is zo’n veelzijdige job, een groeiende sector, altijd in beweging, altijd iets nieuws.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Klopt.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Je kunt veel met veel technologie.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

En de vleessector is in de hele branche misschien nog de minst aantrekkelijke. Ik had vroeger ook zoiets van: ik ga nooit in het vlees werken, ik ben ook geen fan van vlees. Maar in de periode dat ik aan het solliciteren was, was het niet zo evident om aan werk te geraken, en uiteindelijk ben ik kunnen beginnen bij Charles — waar ik nog altijd dankbaar voor ben. Ik heb daar al zoveel kunnen leren; het is zo’n interessante sector, met heel veel risico’s die erbij komen kijken.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dat is echt zo.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

En je doet daar zoveel ervaring op die je in eender welke sector van de voedingsindustrie kunt gebruiken.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dat is in mijn ogen een van de moeilijkste sectoren, qua producten en processen: microbiologisch, op alle vlakken heel technisch.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ja, inderdaad.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Je maakt het jezelf langs de ene kant niet gemakkelijk door in die sector te beginnen. Langs de andere kant is het een enorme bagage die je daar opdoet.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ik ben er nu ondertussen acht jaar, en het is nog altijd uitdagend. Er zijn nog altijd cases in de productie waarvan ik zeg: goh, daar ga ik me toch even in moeten verdiepen, want daar kan ik niet meteen een antwoord op geven.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Het blijft boeiend, en je blijft enthousiast, zie ik — mooi om te zien. Maar goed: veel producten, veel grondstoffen, veel processen en complexiteiten, veel CCP’s ook. Hoe beheer jij je prioriteiten? Want een dag heeft maar 24 uur. Welke taken krijgen even voorrang?

Validatie: de grootste uitdaging vandaag

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Heel vaak is het gebaseerd op risico. Is er een incident, of is er een taak waar toch wat risico aan verbonden is, dan gaan we die voornemen. Maar op den duur kom je in een situatie waarin alles prioritair lijkt, en dan moet je keuzes maken. Onze salesafdeling probeert bijvoorbeeld te verkopen en is volop bezig in de markt: hier een klant die met dit wil opstarten, daar een klant die met dat wil opstarten, wat retaildossiers waar heel veel voorbereiding bij komt kijken. Soms moet ik als kwaliteitsdienst zeggen: sorry, maar wij zijn nu met dit en dat bezig, er is totaal geen ruimte om andere zaken bij te nemen. Of er zijn wat incidenten geweest, waardoor de hele planning overhoop gehaald wordt. En dan is er altijd ons wekelijks overleg met de directie, die daar wel in volgt: als ik aangeef dat we nu echt prioriteit moeten geven aan onze kwaliteitsplanning omwille van de incidenten, dan volgen ze dat en dragen ze dat ook uit naar de andere afdelingen.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dus telkens moet iedereen mee, natuurlijk.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Het is soms moeilijk om de prioriteiten binnen de prioriteiten te vinden.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Maar goed, ik denk dat je daar aardig in slaagt. Wat is eigenlijk de grootste uitdaging in je job?

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Op dit moment het validatiegebeuren. Het legt zaken bloot die we vroeger wel kenden, maar die, zolang je op papier werkt, heel moeilijk vast te leggen waren. Nu ga je eigenlijk elk stapje, elk moment vastleggen binnen dat ERP-systeem. Je werkt een beetje op basis van historiek en ervaring, zoals de voorgaande jaren, maar dat wil niet zeggen dat dat allemaal even correct is.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

“Waarom doen we dat?”

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Waarom inderdaad? Waarom doen we dat al 30 jaar zo? Is het niet beter om naar pH 4 te gaan, of naar weet ik veel?

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Dit is een warme oproep die je lanceert om een ERP te implementeren, omdat je dan tegen veel botst.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ja, dat validatiewerk is nog een werk van jaren, denk ik, voor we daarmee rond zijn. Maar goed, dat is ook interessant: het achterliggende, het motiveren van die limieten en normen die we gezet hebben.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Op basis van die borging richting de consument.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Het creëert ook heel veel inzicht in je proces en je producten. Dat is dus een grote uitdaging waar we momenteel heel veel tijd aan besteden — vandaar ook die consultant die bijna fulltime bij ons aanwezig is en zich daarmee bezighoudt. En verder ook de implementatie van wetgeving: doordat we een breed spectrum aan eindproducten en processen hebben, is er hier en daar wel wat wetgeving die voor ons van toepassing is, product­specifiek of vaak algemeen. Neem de microbiologie: dat is niet voor één product dat we dat moeten implementeren, maar voor het hele assortiment, waardoor het altijd heel wat tijd vraagt.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Als je bij jullie over challengetesten spreekt, dan weet je het…

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Daar zijn we volop mee bezig, met het onderzoek, maar het vraagt tijd om het hele productassortiment in kaart te brengen met de bijhorende parameters en hier en daar wat analyses, om tot de juiste resultaten te komen. Dat zijn best wel grote uitdagingen voor ons.

Communicatie tussen afdelingen

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Een tijdje geleden hadden we hier ook al Joost Buysschaert van reinigingsfirma Epacco in de podcast — zeer goed — waarin hij vooral een groot pleidooi hield voor betere communicatie tussen productie enerzijds, kwaliteit anderzijds en de reinigingsploeg. Kun jij hem daarin volgen?

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ik begrijp het volledig. Dat is ook iets waar wij dagelijks tegenaan lopen: de communicatie met die reinigingsploeg is geen evidentie, want die mensen beginnen vaak hun werk als de rest bij ons gedaan heeft. Ze zijn tijdens de nacht of de avond bezig, wanneer er verder niemand aanwezig is, en niemand staat te springen om na zijn werkdag nog een nachtje bij te draaien om opvolging te doen. Dat is dus sowieso moeilijk.

Nu moet ik wel zeggen dat we sinds enige tijd fysieke overlegmomenten organiseren met onze reinigingsfirma, waar ook onze technische dienst, onze productieverantwoordelijken en onze aankoopdienst bij betrokken zijn. Die mensen komen bij ons ter plaatse en we hebben een vaste agenda met een aantal vaste topics rond reinigingscontrole: zijn er pathogenen vastgesteld geweest, zijn er wijzigingen in het reinigingsplan, en zo. We merken dat dat fysieke overleg en die betrokkenheid met die mensen een gunstig effect hebben. Uiteraard zijn er tussendoor altijd ad-hoczaken die telefonisch of per mail doorgestuurd moeten worden. Wij hebben contact met de verantwoordelijke die op de vloer aanwezig is, maar die moet zijn hele team dan nog op voorhand kunnen inlichten over de wijzigingen of de zaken die wij aanvragen, en dat maakt het niet altijd evident. Die controle en terugkoppeling zijn dus echt heel belangrijk.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Ja, goede communicatie is key.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Dat is waar. Je kunt nog zoveel communiceren, en toch kan het verkeerd doorgevoerd of uitgevoerd worden. Dus dat is echt iets waar je heel veel aandacht aan moet besteden.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Er moet op de bal gespeeld worden.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Ja.

Slot

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Lieselotte, ik heb het gevoel dat we nog een paar uur kunnen babbelen over je job en je passie. Dank je wel, zeer leuk dat je je verhaal van binnenuit bent komen delen.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Bedankt voor de uitnodiging.

Alexander Platteeuw, A+ Quality:

Zeer graag. Ik denk dat heel veel luisteraars van deze podcast zich kunnen herkennen in wat je verteld hebt. Want hoe je het draait of keert: een quality manager heeft een zeer veelzijdige en uitdagende job, maar wordt toch van meerdere kanten belaagd, als ik het zo mag uitdrukken, door allerlei issues die zich kunnen voordoen. Je bent in contact met de directie, met productiemedewerkers, met leveranciers en met klanten, die er soms ook een andere mening op nahouden. Nog eens bedankt, en tot binnenkort.

Lieselotte Waterschoot, Charles:

Dank je wel.

Nood aan antwoorden of oplossingen
ivm voedselveiligheid?

Ik ben op zoek naar praktijkgerichte antwoorden op mijn specifieke food safety vraag
Alexander